In the next next we trust

6 juni 2009 Geen categorie 1

Is Google Wave de volgende Google? Is Bing the next Microsoft? Al ons vertrouwen hebben we gesteld in the next new thing, in de volgende wereldschokkende vernieuwing, in een verdienmodel dat alle vorige overbodig maakt. Beursgang, hype, economische groei. Maar de volgende vernieuwing waarop we wachten als op de Verlosser, is ons vertrouwen zelf.

Dat vertrouwen is niet meer wat het was. Vroeger vertrouwden we de bank (tot Fortis ten onder ging, en Icesave). Ooit vertrouwden we op de dominee, onze al dan niet extended familie, de vakbond, de partijpolitiek, het nieuws van acht uur en de krant van de volgende dag. We vertrouwden op A-merken, meer dan op het goedkope huismerk. We vertrouwden, met andere woorden, op instituties.

Die instituties zijn het product van de geïndustrialiseerde samenleving, die eind negentiende eeuw ontstond. Daarvoor vertrouwden we op ons zelf, en op God.

De industrialisatie heeft de massacultuur voortgebracht. Massamedia, massaconsumptie, massamarketing. Hits, hypes en hysterie. De grootste gemene deler als smaakbepaler, weersproken, uitgedaagd en voortgejaagd door de happy few, door opinieleiders, trendsetters. Door de elite van de massa, kortom.

In die massacultuur is vertrouwen te koop. Hypotheken en verzekeringen geven garanties tegen misfortuin. Ze drijven op merken, op de voorkeur van de massa – zonder draagvlak, zonder marktomvang, geen betaalbaar geluk. Verzekeraars hebben statistische specialisten die precies uitrekenen wat vertrouwen mag kosten.

Het nieuws

Wat betekent dat voor het nieuws? Waarop stoelt ons vertrouwen in de media? En waarom blijkt uit onderzoeken dat dat vertrouwen in kranten en televisie daalt naar historische dieptepunten?

Vertrouwen in de media betekent, denk ik, dat we erop rekenen dat het nieuws klopt, dat het waar is, of tenminste een faire weergave geeft van complexe problemen. Maar meer nog, meer dan vroeger in elk geval, willen we ervan op aankunnen dat we niets missen.

Sinds de wereld vergeven is van een overvloed aan informatie, zijn we minder bang dat we niet de hele waarheid krijgen dan dat we bang zijn dat we iets over het hoofd zien. Dat is het nog hevig onderschatte mediavertrouwen 2.0.

Onzekerheid

De Google-generatie heeft leren omgaan met de inherente onbetrouwbaarheid van internetbronnen. Veel vertrouwen in de oude massamedia hadden ze toch al niet (en je kunt twisten over de vraag wat oorzaak is, en wat gevolg). Maar feiten die niet kloppen, of maar half, krijg je cadeau op internet.

Die onzekerheid hangt samen met scepsis, een van de dominante verschijnselen van de digitale cultuur. Wantrouwen jegens alles, jegens alle vormen van informatie. Wie scepsis als uitgangspunt neemt voor alles, leert te leven met onzekerheid. Waarheden van 70% zijn al heel wat. Kom er nog eens om.

Dat dat leefbaar is, komt natuurlijk doordat de Google-generatie altijd en overal dankzij internet, mobiel internet en een netwerk van vrienden – van twitter tot hyves – zelf kan controleren of iets waar is. Of een beetje. Of genoeg.

Vertrouwen in de media

Toch is vertrouwen nog wel degelijk iets waard. Dat geldt ook voor vertrouwen in de media. Maar die media zullen moeten accepteren dat vertrouwen niet meer langs de oude weg ontstaat, door het logo van een A-merk, door het woord van de predikant.

Vertrouwen is in de digitale cultuur gebaseerd op reputaties. Die reputaties ontstaan in het netwerk, grotendeels digitaal, grotendeels in serverparken als die van Google (dat zelf dondersgoed begrijpt dat het weinig anders vermarkt dan vertrouwen: het geloof dat een zoekvraag tot zinvolle antwoorden leidt, de hoop dat Google niet evil is).

Ik denk dat er een markt is voor trust. Die markt zullen de media alleen herkennen als ze gaan begrijpen dat er een ander soort betrouwbaarheid wordt gevraagd dan die van de massieve waarheden, deugdelijke opinies en rostvaste overtuigingen.

Maar de meest spannende, meest uitdagende vraag naar betrouwbaarheid formuleerde ik hierboven al. “Ik volg alles maar heb toch het gevoel dat steeds iets kan missen.” Wie bij die behoefte een product kan bouwen, dat persoonlijk genoeg is om aan de vraag te voldoen, en generiek genoeg om als verdienmodel kans van slagen te hebben, heeft het volgende next next thing te pakken.

Reacties zijn gesloten.