My first powerpoint: kleine groepen

6 oktober 2009 Geen categorie 0

Precues zeven jaar geleden hield ik voor het eerst een powerpointpresentatie. Op het tweede MMBase-event, voor open source techneuten, Linuxlovers en vrienden van de VPRO. Het moet kort na publicatie van mijn Volkskrant-artikel over de Yahoo-generatie zijn geweest, waarin ik het einde van de krant aankondigde. Tijdens die lezing in Amstelveen beweerde ik ook dat internet niet over massaal bereik gaat, maar over kleine groepen.

Dat was, al zeg ik het zelf, in 2002 een redelijk scherp inzicht. We kenden nog nauwelijks social networksites als Hyves en Facebook. Web tweepuntnul moest nog worden bedacht. De gevolgen van de versplintering van de massa op internet zouden pas jaren later tot de grote uitgevers doordringen. En nee, ik had ook geen flauw idee wat mijn bewering betekende.

Het net is geen ideaal platform voor massaal bereik. Wie het net goed wil gebruiken, op een natuurlijke manier zeg maar, moet op zoek naar “het kleinst mogelijke en toch nog relevante bereik”.

Intuitie

Voor veel uitgevers voelt dat nog steeds niet lekker. Het gaat tegen hun intuitie in. Als je zo makkelijk miljoenen mensen bereiken op internet, zonder al die kosten van drukwerk en distributie, waarom zou je dan uitgerekend op zoek gaan naar kleine groepen die nog net de moeite waard zijn?

Omdat, luidt het antwoord, het niet alleen voor jou makkelijk is de massa te bereiken, maar voor iedereen. Daardoor ontstaat overaanbod aan informatie, tendeert de prijs naar nul, en is je businessmodel van massabereik naar de vaantjes.

Wat voor internet nog niet kon, en dankzij het web mogelijk is geworden op een ongelofelijke schaal, is groepsvorming. Lees Here Comes Everybody van Clay Shirky. Kleine groepen van enkele honderden (of hooguit, schat ik, een stuk of duizend) mensen die elkaar nooit zo zouden hebben gevonden zonder internet.

Waarde

Die groepen zijn de natuurlijke bewoners van internet. Niet het individu, niet de massa. Rond groepen gonst het, gebeuren dingen, broeit creativiteit, ontstaat waarde. Voor uitgevers rest de vraag hoe zij daaraan waarde kunnen toevoegen, zei ik al op 12 september 2002, tijdens de MMBase-event.

In bijna elke presentatie die ik geef, in de boeken die ik tot nu toe schreef, herhaal ik dat. Uitgevers moeten waarde toevoegen aan groepen. Dat kan misschien met hun content (al ligt dat zo voor de hand dat we misschien beter eerst verder kunnen kijken). Het kan misschien met filtering (al heeft Google die markt eigenlijk al lang gemonopoliseerd).

Het kan misschien, zeg ik nu, met vertrouwen.

Klassieke uitgevers hebben een sterke relatie met hun klanten. Die voelen zich “lid”. Die relatie heeft waarde, voor zowel de krant als de klant. De vraag is: hoe vermarkt men vertrouwen, hoe aggregeer je zoiets op internet?