De revisor en de sluiers van het nieuws

Op De Nieuwe Reporter schrijft Robert Buzink over het archiefprobleem. Krantenverhalen van jaren geleden blijven opduiken in Google en mensen hebben daar soms last van. Wat doe je daaraan? Namen alsnog weghalen en je archief verminken? Buzink stelt in een tweede stuk op DNR voor wijzigingen van het archief vast te leggen in een revisiegeschiedenis, zoals die in de IT breed wordt gebruikt.

Dat lijkt een elegant idee. Door wijzigingen gewoon door te voeren en niet vast te houden aan de feiten van vroeger (het was toen fair om uw naam te noemen, ook al was u omstreden/dronken/veroordeeld), geven we mensen de kans onzichtbaar te worden voor Google; de zoekmachine indexeert geen revisiegeschiedenis. De feiten blijven voor wie echt wil toch beschikbaar.

Voordeel van deze aanpak is de transparantie en de standaardisering. We snappen wat er gebeurt als er een linkje bij een artikel naar een revisiegeschiedenis staat. Maar hoe gaan we die geschiedenis gebruiken? Alleen om namen te verwijderen en mensen in het nieuws te anonimiseren? Of ook om feiten te herzien (“ik was niet dronken, maar alleen aangeschoten”).

Ik blijf moeite houden met archieven die niet zijn wat je dacht dat ze waren. Dat komt vooral doordat archieven meer zijn geworden dan de vergeelde mappen van vroeger. Archieven doen nu mee in het actuele nieuws. Ze zijn doorzoekbaar, worden door Wikipedia bij het nieuws gehaald, en door miljoenen mensen dagelijks gebruikt alsof ze onderdeel uitmaken van het laatste nieuws.

Archieven die door Google worden geindexeerd vormen mede de verdieping van het nieuws waaraan we behoefte hebben. Die geschiedenis speelt een veel prominentere rol in de nieuwsconsumptie dan vroeger mogelijk. Je moet, bedoel ik maar, die achtergrond van het nieuws niet reviseren, of versluieren, of achter een betaalhek plaatsen.