Worden we steeds dommer?

Waarom lijken we steeds dommer te worden terwijl we toch steeds meer kunnen weten? Verzuipen we met z’n allen in informatie nu we in een jaar tijd, naar men zegt, meer data produceren dan in alle eeuwen sinds de schepping bij elkaar? Of weten we steeds minder, maar wel van steeds meer, en verbreden we ons blikveld met als neveneffect dat we oppervlakkig worden, pancake people?

Wie hierover wil nadenken moet snappen dat informatie niet hetzelfde is als data, en kennis, laat staan wijsheid, weer van een andere orde is als informatie. De miljarden gigabytes aan digitale data die we continu produceren – van YouTube-filmpjes via teleefoongesprekken tot aan signalen van de boardcomputer in je auto – worden pas informatie als je er wat mee doet. En pas kennis als je er conclusies aan verbindt. En wijsheid als die conclusies juist zijn.

Op Frankwatching schreef Menno van Doorn, technologie-onderzoeker van de Sogeti Groep en co-auteur van Me the media, laatst een intelligent stuk over data als de nieuwe olie. Van Doorn denkt dat data de driver is voor de economie van het informatietijdperk, zoals olie dat was voor – een deel van – het industriele tijdperk. Google is de nieuwe Shell, zegt hij, terecht.

Het tijdperk dat we tegemoet gaan kent zoals ieder tijdperk zijn goede en slechte kanten. Het enthousiasme over staal in de vorige eeuw begon met treinen en reizen en even later bouwden we er een oorlogsindustrie mee op. Olie is prachtig maar vervuilt de aarde. De data-explosie levert de consument een betere service en de aarde een duurzame toekomst, maar privacy is dood, en cybercriminaliteit en manipulatie van data kunnen dramatische gevolgen hebben.

Filters

Van Doorns collega Sander Duivestein vulde op Frankwatching de gedachte aan. Hoe gaan we om met al die data? We hebben filters nodig om er wijs uit te worden, in de meest letterlijke zin. Google is natuurlijk zo’n filter – en een slim filter omdat Google in zijn PageRank-algoritme rekening houdt met de reputatie van data: hoe hoger die data wordt gewaardeerd door andere gebruikers (die elk ook weer een reputatie hebben), hoe hoger op de zoekresultatenlijst Google de gegevens teruggeeft.

Duivestein gaat nog een stap verder. Het brute algoritme van Google vermenselijkt. We gaan steeds meer gebruik maken van onze sociale netwerken om informatie te waarderen en te evalueren.

Mijn peers attenderen mij op interessante informatie of helpen mij deze te vinden. “In a nutshell, there is a segment of the online population that uses social media as a core navigation and information discovery tool — roughly 18 percent of users see it as core to finding new information.” Bijna 1 op de 5 mensen vertrouwt dus sterk op de uitkomsten van zijn sociale netwerken in plaats van op het kille rekenwerk van Google.

Duivestein en Van Doorn zien het scherp. We worden misschien wel steeds oppervlakkiger doordat we te veel data tot onze beschikking hebben, maar we zullen steeds intelligentere gereedschappen ontwikkelen om daar mee om te gaan. Wat me wel doet beseffen dat de overheid de Google-generatie niet “mediasavvy” zou moeten maken, maar “datasavvy”.

Nu we langzamerhand terecht komen in een post-media samenleving, gaat er niet meer om hoe je media gebruikt, maar hoe je data ontraadselt, en welke tools je daarbij kunt gebruiken.

Reacties zijn gesloten.