De mondige burger mag niet te mondig worden

11 december 2009 Geen categorie 0

“Het verschil tussen nieuws en opinie is weggevallen”, zegt
PvdA-coryfee Jeltje van Nieuwenhoven vandaag in de Volkskrant. Niet
dat ze het de media verwijt, want die zijn “een kind van hun tijd”,
maar de overassertieve klaagcultuur die zij in de samenleving
waarneemt wordt wel door de media versterkt. “Alles gaat sneller en
directer.”

Van Nieuwenhoven, lijsttrekker bij de gemeenteraadsverkiezingen in Den
Haag, heeft ongelijk. In de media lopen feiten en meningen veel minder
door elkaar dan pakweg dertig jaar geleden. Voor de ontzuiling hadden
kranten en actualiteitenprogramma’s al een mening paraat voordat ze de
feiten hadden. Die vooringenomenheid is verdwenen.

Begin jaren tachtig werkte ik voor Het Vrije Volk in Rotterdam. Die
krant had zich in naam, maar nog lang niet mentaal losgemaakt van de
Partij van de Arbeid. We wisten wat we vonden en al te open minded was
dat niet. Ik voelde me thuis bij die krant, maar stelde nadien soms
wat beschaamd vast dat het journalistiek wel wat beter,
onafhankelijker en ruimhartiger kon.

In de jaren negentig is de Volkskrant, waar ik toen voor werkte, in
alle opzichten de kwaliteitskrant geworden die zij verdiende te zijn.
Minder vooringenomen, minder zuur, jagend op nieuws, kritisch op
zichzelf, uiterst kritisch zelfs wanneer de krant uitgleed of niet aan
haar eigen hoge eisen kon voldoen (Srebrenica, Iraaks
“martelingendossier”).

Wat voor de Volkskrant geldt, geldt ook voor de meeste andere kranten
en nieuwsprogramma’s op televisie en radio. Sinds de wake up call van
Paul Scheffer en de Fortuynrevolte, waaruit “linkse media” leerden dat
je het multiculturele drama ook met de beste bedoelingen niet moet
stilzwijgen, zijn media nog onbevangener geworden.

Niet dat de pers zonder zonden is. We glijden uit, we neigen naar
entertainment waar we best wat serieuzer mogen zijn, we geven ons over
aan Haags kluitjesvoetbal terwijl we stoicijns de andere kant op
moesten kijken. Maar we onthullen ook. We beschrijven, we controleren
en we agenderen.

Meer meningen

Waar maakt Jeltje van Nieuwenhoven zich dan druk over? Niet over de
vermenging van feiten en opinie, maar over die opinie zelf. Want er is
onmiskenbaar een stortvloed van meningen over ons gekomen sinds elke
burger zegt wat hij denkt en doet wat hij zegt – om Fortuyn nog eens
te citeren – en dankzij internet ook de roeptoeter heeft om gehoord te
kunnen worden.

Het barst van de meningen en meninkjes. Nog altijd worden de
opinieleiders duizend maal beter verstaan dan de bloggers en
reaguurders van internet, maar achter de weloverwogen standpunten van
Blokker, Wijnberg en Wansink – om maar drie van mijn favorieten te
noemen – zoemt het geroezemoes van tienduizenden meepraters.

De meeste opinies verdienen geen groot publiek. Ze zijn te particulier
of te weinig origineel of niet al te sterk geformuleerd. Toch zijn ze
nuttig. Ook als ze een klein publiek bereiken – je honderd vrienden
van Facebook bijvoorbeeld – geven ze aan dat mensen willen meepraten.

De samenleving, ook al is die versnipperd, doet er toe voor hen.
Jeltje van Nieuwenhoven ergert zich, vrees ik, aan die kakofonie van
weinig subtiel geformuleerde meningen.

Ik verbaas me daar over. Dertig jaar geleden wilde links Nederland de
kleine man mondig maken. Nu vindt diezelfde linkse elite – net als de
rechtse trouwens, maar die vond het altijd al – dat hij een te grote
mond heeft.

Al te mondig is ook niet de bedoeling geweest.