Most wanted: wat doen we met privacy

8 januari 2010 Geen categorie 0

Nu het Openbaar Ministerie een lijst van acht meest gezochte criminelen publiceert, lijken de meeste media hun oude principes los te laten. Niet langer, zou je denken, wordt de privacy van verdachten en veroordeelden beschermd door slechts initialen te gebruiken en geen herkenbare foto’s af te drukken. Het lijkt op naming & shaming, maar het is dat niet.

Niet alle kranten publiceerden de nationale opsporingslijst van het OM. De Volkskrant hield het bij initialen, Trouw gebruikte de namen, maar drukte geen foto’s af, NRC deed dat ook maar verwees naar de website van het OM voor wie de boeventronies wel wilde zien. Het AD en bijvoorbeeld mijn krant, Dagblad van het Noorden, toonden de foto’s wel, met namen.

De Telegraaf, onder Juul Paradijs gevoeliger voor wat er onder de mensen leeft dan ooit tevoren, knalde deze week op de voorpagina met foto’s, namen en diapositieve koppen. Daarmee toont de grootste krant van Nederland dat ze in presentatie en onderwerpkeuze dichterbij de Britse sensatiepers of het Duitse Bild staat dan lang voor mogelijk is gehouden.

Code

In grote meerderheid, stel ik vast, publiceren de kranten de OM-lijst van most wanted criminelen. Dat lijkt, zei ik al, haaks te staan op de journalistieke norm van de Raad voor de Journalistiek en het Genootschap van Hoofdredacteuren. Die norm zegt dat we de privacy van verdachten, veroordeelden en trouwens ook slachtoffers beschermen.

Die norm kent echter ook nuances. Of er sprake is van zorgvuldige journalistiek hangt onder meer af van het maatschappelijk belang: als een seriemoordenaar voortvluchtig is kan het belang van de opsporing en het voorkomen van nog meer ellende een reden zijn om zijn portret te tonen in kranten en op tv. Dat ligt bij een kruimeldief anders.

Meer discussie is er telkens over een andere norm. In de leidraad van de Raad is dat artikel 2.4.5. De essentie: journalisten voorkomen dat verdachten en veroordeelden eenvoudig herkenbaar worden buiten de kring van personen bij wie ze al bekend zijn.

Als een vermeende crimineel toch al bij het brede publiek bekend is – omdat zijn naam dezelfde is als het bedrijf waarbij de politie binnenviel bijvoorbeeld – heeft het geen zin alleen een initiaal te gebruiken. Dat is een relatieve norm: Mohammed Bouyeri is een nationale bekendheid, maar het feit dat de volledige naam van een crimineel ergens op internet te vinden is, wil nog niet zeggen dat hij “algemeen bekend” is.

Opsporingsbelang

In de Leidraad van de Raad voor de Journalistiek wordt nog een ander “tenzij” genoemd. Journalisten mogen namen van verdachten en criminelen noemen in het kader van opsporingsberichtgeving. Vraag is natuurlijk of dat nu met de most wanted-lijst het geval is, en hoe media daar in het vervolg mee omgaan.

Het feit dat het OM in Nederland met een nationale opsporingslijst begint is nieuws dat kranten moeten brengen. De aandacht die daarmee wordt gegenereerd, rechtvaardigt volgens mij dat nu ook de acht namen en hun portretten zijn getoond. Maar wat doen we als het OM volgende week met acht nieuwe criminelen komt, of achthonderd?

Het nieuws is er dan af. Zou op dat moment het opsporingsbelang rechtvaardigen dat journalisten hun terughoudendheid laten varen? Ik denk het niet; naar mijn gevoel wordt de privacy dan disproportioneel geschaad.

[Disclaimer: ik ben lid van de Raad voor de Journalistiek en was betrokken bij het opstellen van de code van het Genootschap van Hoofdredacteuren, maar schrijf op dit blog onder persoonlijke titel]