Plasterks Informatiecrisis: we weten te weinig samen (deel 5)

19 januari 2010 Geen categorie 1

Samen weten we onwaarschijnlijk veel, maar we weten te weinig samen. Dat is een gevolg van de versnippering van de massamedia. Het “informatiegat” wordt niet opgevuld door nieuwe media; “ die zijn goed in iets anders. Van het gevolg, een samenleving zonder samenhang, zou minister Plasterk wakker moeten liggen.

Op de publieke tribune van een raadszaal in zomaar een provinciestad kon je vijftien jaar geleden drie of vier verslaggevers aantreffen van kranten of omroep. Inmiddels blijft ook de laatste journalist geregeld weg. Hij leest stukken online, belt zich suf, kiest zijn oorlogjes. Als het nieuws belangrijk genoeg is, vindt het hem wel.

DE INFORMATIECRISIS

1: Information overload is een mythe

2: Ik heb internet uit

3: We weten samen te weinig

4: Shirky’s filter failure

5: Plasterks informatiecrisis: we weten te weinig samen

6: Wat moet de journalistiek?

De journalistiek die de macht zou moeten controleren en in dienst van de burger de politieke agenda zou moeten bepalen, doet niet meer wat ze deed. Meer dan twintig kranten zijn de laatste decennia gefuseerd of opgeheven. Honderden, misschien duizenden verslaggevers zijn sinds 2000 afgevloeid; zzp’er geworden, of persvoorlichter, of pakweg onderwijzer.

Waartoe die braindrain kan leiden is beschreven door Guardian-journalist Nick Davies in Flat Earth News. Nog maar een fractie van wat Britse kwaliteitskranten publiceren, is door die kranten zelf gemaakt. Hun coverage van de regio verdwijnt. In Nederland gebeurt hetzelfde, zij het langzamer. Tegenover elke journalist stonden in 2003 drie voorlichters; dat zullen er nu, schat ik, vier of vijf zijn.

Kikkerperspectief

De massamedia verliezen hun grip op en betekenis voor de democratie. Dat gaat heel geleidelijk, maar je moet een kikker zijn om niet door te hebben dat het water in de pan langzaam heter wordt. Wie optimistisch is gelooft dat nieuwe media – internet – de rol van de traditionele journalistieke platforms zal overnemen. Wie goed kijkt, ziet dat dat niet vanzelf gebeurt.

Dankzij internet en de digitalisering van informatie weten we samen meer dan ooit tevoren. Soms hoor je dat we bijkans bezwijken onder information overload, maar die overdaad is het probleem niet. Zolang harde schijven niet vollopen en glasvezelkabels het aankunnen, valt met die yottabytes aan data wel te leven. We worden er steeds behendiger in.

Samen weten we meer, en elk van ons kan alles te weten komen wat hij zoekt – via Google, Wikipedia of welke site dan ook -, maar we weten te weinig samen. Dat gebrek aan collectieve kennis wordt een nijpender probleem naar mate de klassieke massamedia terrein verliezen. Internet repareert dat gat niet. Internet is goed in iets anders.

Crisis

Het groeiende tekort aan gedeelde kennis, aan overzicht, leidt tot een informatiecrisis omdat met die kennis de samenhang uit de samenleving lekt. De crisis ontstaat niet door een tekort of een teveel aan informatie, maar door wat we ermee doen, of niet meer doen.

Niet belangrijk is wat we weten, maar wat we samen weten. Veel daarvan vinden we oninteressant omdat het ons persoonlijk minder raakt. Soms gaat het om informatie van een andere groep dan waartoe we zelf behoren, een groep die de aandacht claimt van het collectief, een minderheid die zijn belang verdedigt.

We zitten er misschien niet op te wachten, maar die ‘collectieve informatie’ is van groot belang voor de democratie – beseffen we als we straks zelf die minderheid zijn.

Journalistiek

Theoretisch zijn er drie mogelijke uitwegen uit de informatiecrisis. In alle drie speelt de journalistiek een rol – ik geloof niet dat die journalistiek per se met de massamedia aan betekenis hoeft te verliezen (al lijdt zij wel onder het defecte verdienmodel; het geld raakt op), en denk bovendien dat journalistiek onmisbaar is in een democratie, welke journalistiek dan ook.

Om te beginnen kunnen we de crisis overlaten aan de markt, aan economische wetten van vraag en aanbod. Als de samenleving werkelijk hapert door de informatiecrisis, als de macht een loopje neemt met de burger omdat de laatste raadsverslaggever zijn laptop heeft dichtgeklapt, als we onze belangen op geen enkele politieke agenda meer aantreffen, zal vanzelf behoefte ontstaan aan informatie.

Of niet? Zijn we niet al te ver doorgeschoten? Vergis ik mij, of heeft de Google-generatie – iedereen van na 1980, iedereen die opgroeide met internet, de digital natives zeg maar – elke belangstelling voor de instituties in de samenleving al verloren? Willen ze überhaupt nog horen wat een wethouder te zeggen heeft, of een Kamerlid?

Het alternatief is idealistisch. Grassroots democratie, open source burgerjournalistiek, netwerk fact checking. De burger aan de macht. Het is waar, internet is nog jong, maar gedurende de eerste vijftien jaar is het vooral verbazingwekkend goed geweest in iets anders. Communicatie in kleine groepen, waarbij het collectief het aflegt tegen het particuliere belang. Noem het de balkanisering van internet.

Zoals met het gat in de ozonlaag – onmerkbaar nu, grote ellende later – het geval is, moet de overheid misschien ook bij het informatiegat haar verantwoordelijkheid nemen. Ik zeg dat niet van harte, links-liberaal als ik ben; ik zou graag zien dat we het als krantenuitgevers of als burgers onder elkaar zelf konden rooien. Maar dat kunnen we niet.

Minister Plasterk (Media) zou zich dat moeten aantrekken. Met alle waardering die je kunt hebben voor zijn pogingen de printmedia te steunen, stel ik vast dat hij ook iets laat liggen: een advies uit 2003 om goed onderzoek te doen naar de mediaconsumptie van de Google-generatie.

Reacties zijn gesloten.