Roel Coutinho, de media en de kritische prikkers

10 februari 2010 Geen categorie 1

Internet en de media ondermijnen de wetenschap, beweert Roel Coutinho in zijn Machiavelli-lezing, vandaag bekort afgedrukt in de Volkskrant. Wetenschappers, vat ik de hoogleraar epidemiologie even samen, worden tegengesproken door allerhande amateurs die maar wat roepen en door hele of halve deskundigen die zonder grondig onderzoek hun ongefundeerde opvattingen in de media mogen rondtoeteren.

De media, tuk op tegengestelde meningen – want dat, suggereert Coutinho, “verkoopt misschien goed”, publiceren rijp en groen door elkaar heen. Het publiek blijft in opperste verwarring achter. Waar het zich vroeger, toen de wetenschap nog geloofd werd, liet vaccineren als Coutinho zei dat dat nodig was, blijft het nu weg bij griepprik en HPV-vaccin.

In tenminste één opzicht heeft Coutinho gelijk. Het aanzien van wetenschappers is niet meer wat het was. Dat lot delen ze met andere informatieprofessionals. Sinds 1995 – toen internet ineens opkwam – heeft het publiek toegang tot yottabyes aan informatie die voorheen niet of moeilijk beschikbaar was. Bovendien praat het publiek nu mee. Vaak levert dat geen hoogstaand debat op – lees de reacties bij GeenStijl maar -, maar soms ook wel.

Tussenpersoon

Behalve Coutinho hebben ook makelaars last van internet. Dankzij Funda heeft de huizenzoeker een verbluffend transparant overzicht van wat er te koop is. Daar heeft hij geen specialist meer bij nodig, oordeelt hij zelf. Disintermediation, heet dat. De tussenpersoon wordt overbodig. Iets vergelijkbaars overkomt reisbureaus, bibliothecarissen, dominees en – jawel – ook journalisten.

Aan die democratisering van informatie zitten zowel voor- als nadelen. Dat de burger niet alles meer voor zoete koek hoeft te slikken wat hem door specialisten wordt verteld, maar zelf op onderzoek uitgaat, is winst. Dat hij kan zeggen wat hij denkt en dat volop doet, lijkt me een mooi, zij het onvoorzien resultaat van het decennia oude overheidsstreven de burger mondiger en assertiever te maken.

Keerzijde van de medaille is dat informatie soms onbetrouwbaar is of ten onrechte niet wordt vertrouwd. Internet is een Fundgrube van halve waarheden en hele complottheorieën. Voor elke bewering, hoe obscuur ook, is wel een pseudo-wetenschappelijke “bron” te vinden. Wie handig en kritisch is, wie opgeleid wordt met “mediawijsheid”, vindt zijn weg wel, maar de ergernis van wetenschappers als Coutinho valt wel te begrijpen.

Sceptisch

Toch zouden we ons meer zorgen moeten maken over het tweede effect. Informatie die deugt, die zorgvuldig onderzocht is, en waarover een evenwichtig artikel is geschreven in een gerenommeerd tijdschrift, begeleid door een peergroup van kritische wetenschappers, ook die informatie wordt niet meer vertrouwd. De burger – ontzuild, welvarend, hoger opgeleid en stronteigenwijs – is nu eenmaal sceptisch over alles.

Dat is vaak niet erg. Je moet niet alles geloven wat de overheid beweert (over een gerechtvaardigde oorlog, bijvoorbeeld), van wat een bank je probeert te verkopen (die goedkope lening), of een kwakzalver je wil laten geloven (van dieetpil tot biostabil). Enige argwaan jegens wetenschappers kan soms ook geen kwaad; de klimaatonderzoekers van IPCC hebben nog wel iets uit te leggen.

Maar soms is scepsis funest.In het verleden liet 95 procent van de Nederlanders zich na een zorgvuldige campagne vaccineren. Bij de vaccinatiecampagne, waarvoor alle meisjes tussen van 13 tot 16 jaar werden opgeroepen, rekende Coutinho op een opkomst van 70 procent. Nadat er op internet spookverhalen rond gingen over gif dat in het HPV-vaccin zou zitten, bleef de opkomst steken op 50 procent.

De media – het tv-programma Zembla voorop – plaatsen de weerlegging van Coutinho naast het wantrouwen van “kritische prikkers”. “Onze mening leek niet veel zwaarder te wegen dan die van een bloemiste en andere zelfverklaarde deskundigen”, verzucht Coutinho.

Zelfkritiek

Coutinho lijkt alleen de media en internet de schuld te geven van alle verwarring (de kop in de Volkskrant doet zulks vermoeden), maar is niet zonder zelfkritiek. Dat is wel zo productief. Want je kunt de media moeilijk verwijten dat ze “tegengestelde meningen” naast elkaar zetten, zolang journalisten tenminste de waarheid trachten te achterhalen en het niet laten bij een balanced account, een weergave van twee concurrerende versies van een verhaal.

Ook heeft het weinig zin internet te verwijten dat het de wetenschap ondermijnt. Internet voedt scepsis en draagt soms bij aan verwarring, maar wat had Coutinho daaraan willen doen? Internet sluiten? Pseudo-wetenschappers en fantasten verbieden voortaan hun onzin blogsgewijs met de wereld te delen? Je kunt een steen niet verwijten dat die hard is, en het leven niet dat je er dood aan gaat.

In zijn Machiavelli-lezing geeft Coutinho zelf ook de enig juiste remedie. Net als de journalistiek moet ook de wetenschap transparanter worden en meer verantwoording afleggen. Gebruikelijk is nog steeds dat wetenschappelijk onderzoek uitmondt in een tijdschriftartikel dat alleen voor andere wetenschappers echt toegankelijk is. Het is een bastion waarin de ene deskundige de andere beoordeelt.

Leek

De leek wordt buitengesloten en kan niet achterhalen welke mechanismen er aan het werk zijn. Waar dat vroeger, voor internet zeg maar, nog werd geaccepteerd, verlangt de kritische burger – “dat onderzoek wordt toch van mijn belastingcenten betaald?” – nu accountability, hij wil dat de wetenschapper verantwoording aflegt.

Coutinho erkent dat in zijn lezing. “Wetenschappers moeten veel meer doen om hun kennis op een voor iedereen begrijpelijke manier beschikbaar te stellen. En te laten zien hoe ze tot hun oordeel zijn gekomen.” Niet de media ondermijnen de wetenschap, concludeer ik maar. Dat doet de wetenschap in de eerste plaats zelf.

Reacties zijn gesloten.