Ik twitter, dus ik besta

20 februari 2010 Geen categorie 4

Lees kort na elkaar een kop en een opstel, met twee keer dezelfde gedachte. “Ik twitter, dus ik besta”, zegt de Rotterdamse filosoof en technologie-watcher Jos de Mul in Filosofie Magazine. “Als we van een popconcert niet twitteren hoe geweldig het is, dan zijn we er eigenlijk zo goed als niet geweest”, noteert Franca Treur, schrijfster en journaliste, in NRC.

Het interview met De Mul, een van mijn favoriete denkers over internet, prees zichzelf aan in de schappen van de supermarkt (het is nog niet online leesbaar, maar belooft ook te gaan over de “gevaren” van “twitter, Iphone en stemwijzer”). Ik moet het nog lezen, besloot ik nadat ik Treur op hetzelfde idee zag komen in de opinie en debat-bijlage van NRC.

Treur beschrijft hoe zij, vanuit het streng gereformeerde Zeeuwse milieu waarin ze zonder televisie of internet opgroeide, aan die moderne technologie is geraakt. Ze koestert de nostalgie van haar jeugd, waarover ze een roman schreef, maar vindt het digitale bestaan “authentieker dan het ouderwetse boerenbestaan”.

Het scherm, zegt Treur, is net zo goed het echte leven. “Niet God, maar ikzelf bepaal hoe ik mijn leven inricht, wat ik op mijn site zet en met wie ik Facebookvrienden word.” Wie dat ouderwetse leven met houten treintjes en boeken authentieker vind, moet niet klagen over authenticiteit maar keuzes maken.

Maakt Google ons dom?

Bestaan we nog zonder internet (om die “technologie” maar even samen te vatten)? Leven we nog een volledig leven als we niet meer naar een concert zijn geweest zonder te twitteren dat we er zijn? Zulke vragen liggen in het verlengde van de notie dat we dommer worden van Google, en de cultuur naar de knoppen gaat van – zegt Andrew Keen – internet.

Keen is bezig een nieuw boek te schrijven, dat wat milder zal zijn dan zijn vorige, The cult of the amateur (zie het interview van Edwin Mijnsbergen). En ook de auteur van het spraakmakende artikel Is Google making us stupid, IT-watcher Nicholas Carr, heeft een nieuw boek aangekondigd waar ik zeer naar uitkijk, The shallows.

Misschien is het allemaal samen te vatten onder de vraag of we – als samenleving, zeg maar – beter of slechter worden van internet. Dat onderwerp houdt me nogal bezig – ik schrijf er zelfs een boek over, Breaking News.

Vertrekpunt van dat boek is de these dat de sociale cohesie de afgelopen vijftig jaar voor een zeer belangrijk deel werd bepaald door de massamedia (denk ook aan De dramademocratie van de Belgische socioloog Mark Elchardus). Waar die massamedia als gevolg van ontzuiling, individualisering en internettechnologie aan macht verliezen, neemt ook die maatschappelijke samenhang af – of verandert tenminste van structuur en werking.

Netwerksamenleving

Ik vermoed dat er – ik twitter, dus ik besta – iets in de plaats komt van die massamedia. Misschien zal de netwerksamenleving andere mechanismen kennen waardoor cohesie tot stand komt. Misschien ook niet. In elk geval maken we nu een tamelijk pijnlijke overgangsperiode door.

In Breaking News gaat het me om vooral om de vraag welke rol de journalistieke (kwaliteits-)media hebben voor die cohesie. Kan een democratie echt niet zonder? En als dat niet zo is, wat ik vermoed, hoe blijft de journalistiek dan als post-media journalism (die is van Jeff Jarvis geloof ik) overeind zonder massa?

Reacties zijn gesloten.