Cloud culture: worden we beter of slechter van internet?



De 21ste eeuw begon toen Google op 1 april 2004 een hele gigabyte aan opslagruimte cadeau deed aan gebruikers van Google Mail. Hoe was het mogelijk? Zoveel harde schijfruimte? Gratis! We waren eraan gewend dat elektronische post op je eigen pc stond, of op een server in het bedrijfsnetwerk. Webmail – tot dan toe bijna altijd Microsofts Hotmail – was onhandig, gebrekkig, mank, hooguit iets wat je ernaast gebruikte.

Met die gigabyte bij Gmail begon de eeuw van de cloud computing. Internet was niet langer louter een netwerk van computers, het netwerk wás de computer. Na onze email gingen we onze foto’s online opslaan bij Flickr, onze fimpjes bij YouTube, onze blogs bij WordPress. Daarna gingen we samen dingen doen, in sociale netwerken als Facebook en Hyves, of op collaboratieve sites als Wikipedia.

Dat heet cloud computing. Onze data is somewhere out there, in een wolk die geen grenzen kent en altijd bereikbaar is, die voortdurend van vorm en samenstelling verandert, een wolk waarin het nu, voor sommigen, over duivenmelken of vliegvissen gaat, maar straks over vrije meningsuiting in een fundamenteel-islamitische dictatuur. Het is een wolk die al lang niet meer uit computers bestaat, uit gigabytes, maar uit menselijk handelen.

Goed of slecht?

Worden we beter van internet, of slechter? Als samenleving, bedoel ik. Om die vraag te kunnen beantwoorden, moeten we begrijpen wat cloud computing werkelijk is, welke fundamentele gevolgen de wolk heeft voor onze cultuur, wie ervan profiteert en wie erdoor worden gedupeerd. Beide zijn aan de orde, want in het netwerk gedijen identiteitsfraude en piraterij naast nieuwe vormen van grassroots burgerschap en open source technologie.

Enkele weken geleden bracht Charles Leadbeater, oud-journalist en tegenwoordig consultant en auteur van boeken als We-Think, een advies over cloud computing uit aan de Britse overheid. Het pamflet verscheen ook elders, bijvoorbeeld – verkort – in The Guardian.

De netwerksamenleving van internet, cloud computing en web 2.0, legt Leadbeater uit, is niet alleen maar ‘goed’ of ‘kwaad’. Er wordt wereldwijd om de wolk gevochten, en wie wint zal bepalend zijn. De vraag is niet of internet deugt, dan wel funest is voor onze cultuur (zoals Andrew Keen beweert). De vraag is wiens internet het is. Van wie is de wolk?

Commercieel, sociaal, openbaar

Leadbeater levert een belangrijke bijdrage aan het debat door duidelijk te maken dat er niet één wolk is, maar dat we tenminste drie typen moeten onderscheiden. Cloud computing kan commercieel van aard zijn – Gmail en andere Google Aps -, sociaal en gericht op belangenloze samenwerking – Wikipedia -, of openbaar – zoals een door de overheid gesubsidieerde online bibliotheek.

Kansen en gevaren verschillen per type. Hoewel het Do no evil als motto hanteert, is Google niet op aarde om aardig gevonden te worden. Het is een beursgenoteerd, op winst gerichte bedrijf. Als het gratis webmail aanbiedt, of alle boeken in de wereld wil ontsluiten, heeft het daar een commercieel belang bij. De macht van Google – hoe gaat het om met privacy van gebruikers, onder welke voorwaarden biedt het die boeken aan – wordt slechts beperkt door marktwerking. Als het zijn gebruikers tekort doet, lopen die weg naar de concurrent. Maar wat als die concurrent afwezig is, en Googles monopolie oppermachtig?

Centraal of decentraal

Een van de grootste paradoxen van internet is dat het individu er aan de macht lijkt terwijl tegelijkertijd monopolisten ontstaan met meer macht dan ooit. We kunnen allemaal zeggen wat we willen, we hebben geen drukpers meer nodig om de wereld te bereiken, maar zijn voor sommige fundamentele zekerheden – privacy, integriteit, auteursrecht – overgeleverd aan ondernemingen die niet meer in toom worden gehouden door nationale wetgeving of internationale marktwerking.

Zoals cloud computing mij de vervulling lijkt van wat internet van meet af aan beloofde te zijn, de voorlopige uitkomst zeg maar, zo is die paradox de kiem van internet, het begin, de oorsprong, het wezen. Twee krachten gaan tegen elkaar in, de middelpuntvliedende kracht die bijvoorbeeld individuele consumenten machtig maakt en klassieke mediaconcerns de adem beneemt, en de centrifugale kracht die Google mogelijk maakte.

We hebben, denk ik, de afgelopen tien jaar vooral het feest gevierd van de individuele vrijheid op internet, de kansen voor een nieuwe democratie. Te weinig nog hebben we ingezien dat netwerktechnologie ook middelpuntzoekend is, dat de eerste aanbieder van een nieuwe dienst alle andere zal overheersen (het first mover advantage van bijvoorbeeld Google), dat delen ook ten koste kan gaan van anderen (Napster), en dat overheden de neiging zullen hebben de techniek “uit veiligheidsoverwegingen” te misbruiken: hoe meer informatie je opslaat en koppelt, hoe dieper je doordringt in de persoonlijke levenssfeer.

Open Cloud Manifest

Leadbeater presenteert zijn stuk in The Guardian als een pamflet, als een Open Cloud Manifest zelf. Alles draait om de vraag hoe de samenleving – die steeds verder globaliseert – om kan gaan met een technologie die van zichzelf ook “globaal” is. Simpel gezegd: hoe worden we beter van cloud computing, en hoe houden we bedrijven, overheden en ons zelf eerlijk op het moment dat we er beter van willen worden dan de ander?

Om die balans te bereiken hebben we openbare wolken nodig, zegt Leadbeater, meer dan commerciële. Monopolisten moeten tegenspel krijgen, waarbij cruciaal is dat persoonlijke informatie die bedrijven als Google opslaan van de gebruiker is, niet van Google. Als je je eigen informatie mee kunt nemen – je mailadres, je lijst met vrienden, etc – kun je makkelijker overstappen naar de concurrent.

Leadbeater pleit voor openheid, voor een cloud waarin “wij” het voor het zeggen hebben, en niet de grote mediaconcerns die op hun copyright zitten, niet de cloud providers waarvan je maar moet hopen dat ze eerlijk blijven, en niet de overheden, democratische noch dictatoriale, die zullen proberen de netwerksamenleving te controleren, met de beste bedoelingen of de kwaadste. Leadbeater:

We are entering a new, exciting and yet dangerous phase in the web’s development. Huge untold opportunities will exist for anyone connected to the web – and by the end of this decade that will be several billion people – to draw on shared culture resources and add to them through their own creative expression. Yet if we are not vigilant, we will find our culture will belong to corporations and governments, rather than us. That is why we need an Open Cloud Declaration, a set of principles for a global campaign to keep open a large, public, diverse space for clouds in all possible shapes and sizes.

Reacties zijn gesloten.