De midlife crisis van de democratie

Ik heb er lang over gedaan om vijftig te worden. Langer dan de meeste andere mannen, denk ik. Je kunt ook zeggen dat ik ben blijven hangen in onvolwassenheid, dat ik te lang een jaar of dertig ben gebleven, of me heb laten verrassen door een midlife crisis. Hoe het ook zij: nu er verkiezingen aankomen, en een kabinetscrisis Wilders aan de macht kan brengen, is het net alsof er niet met mij, maar met het land iets mis is.

Ik ben opgegroeid in de jaren zeventig, in een gezin dat toen nog meer in de jaren vijftig thuishoorde dan in de jaren zestig. Opbouwjaren, Rotterdam-Zuid. Kerkelijk gezin; mijn vader was ouderling. Christelijke lagere school en christelijke middelbare scholen, “Johannes Calvijn”, en “Maarten Luther”. Toen ik begon na te denken, drong het tot me door dat we het steeds beter kregen, en dat dat altijd zo zou blijven.

Inkomens stegen. Je ging doorleren. In de zomervakantie ging je voor het eerst met je ouders naar het buitenland – nou ja, naar de Eiffel. Je oudste zus kreeg verkering met een jongen van catechisatie, de jongere zus met een Belg bij wie ze tot onstentenis van je ouders ook nog eens introk. En zelf had je nauwelijks door dat in Kralingen een popfestival werd gehouden, of – wat later – in Saigon een oorlog werd verloren.

Waarom vertel ik dit? Omdat het net tot me doordrong dat de vanzelfsprekende lijn hier ongeveer stopt. Voor het eerst sinds ik me kan heugen gaat de democratie er niet op vooruit. Ik weet niet beter dan dat we van jaar tot jaar meer welvaart krijgen, en ons in allerlei opzichten steeds beschaafder gaan gedragen – even vanzelfsprekend als dat schaatsrecords worden gebroken: het kan altijd harder.

Beschaving, dat was: meer individuele vrijheid, meer tolerantie, meer verdraagzaamheid, minder dogma’s, minder hardnekkig bijgeloof, groter intellectueel presteren, nieuwe ontdekkingen,  efficientere techniek. Dat heette ook wel “vooruitgang”. Maar nu is het net alsof het land in een kramp is geschoten. Niet alleen loopt de welvaart terug, en hebben nieuwe generaties ineens minder vooruitzichten dan hun ouders, maar ook het wezen van de beschaving, van de Hollandse beschaving, lijkt af te bladderen. We worden intoleranter, minder verdraagzaam. Hufterig zijn we, asociaal.

Ik kan er moeilijk aan wennen.