Waarom stemt Nederland tegen?

Wat is het verband tussen de journalistiek en het chagrijn van de burger? Nuttige vraag op de dag dat in Den Haag en Almere massaal een tegenstem wordt uitgebracht en in Rotterdam de Fortuynrevolte mogelijk herleeft. Nederland zal vandaag, net als in 2002, tegenstemmen. Maar tegen wat, of tegen wie? En welke rol spelen de media daarbij?

De journalistiek, zeggen journalisten en politici tegen elkaar, is belangrijk in een democratische samenleving. De burger moet geïnformeerd zijn om te kunnen meepraten. Maar wat als die burger geen vertrouwen meer heeft in de democratie, als hij de politiek tot puinhoop reduceert, en de pers niet meer ziet zitten omdat die “toch links” is?

Uiteraard is dit niet het hele beeld van de werkelijkheid. Dé pers bestaat niet. De Telegraaf en het Algemeen Dagblad staan veel dichter bij de boze burger dan de Volkskrant of NRC, terwijl Trouw een onnavolgbare – noem het eigenwijze – tussenpositie inneemt. De “werkende klasse”, de “man in de straat”, voelt zich meer thuis bij Juul Paradijs, terwijl de sociaal-maatschappelijke elite de krant leest van Pieter Broertjes of Birgit Donker.

Maar ook dat beeld is niet compleet. Want de populaire kranten – de Telegraaf en het AD dus – worden niet alleen gelezen door de middenklasse en het lezerspubliek van de kwaliteitskranten is veel minder homogeen – hoog opgeleid, progressief respectievelijk liberaal – dan het twintig jaar geleden was.

Ontevreden

We zijn een ontevreden land. Daar is sinds de kredietcrisis wel enige reden toe. Mensen verloren hun baan of zagen de waarde van hun woning sterk dalen. Maar het ongenoegen dateert niet van 2008; het was er jaren eerder ook al. Het sluimerde al toen het door Pim Fortuyn werd gemobiliseerd. De economische groei kwam en ging, het onbehagen bleef.

Is dat niet raar? Op wie of wat zijn we zo boos? Lopen al die PVV-stemmers in Almere en Den Haag, en de leefbaren in Rotterdam, alleen maar te hoop tegen de multiculturele samenleving? Meer nog dan de LPF van Fortuyn is de PVV van Wilders een one-issue-partij; zonder zijn demonisering van de islam zou Wilders’ PVV geen enkele politieke betekenis hebben.

Tegen

Of wel? De boodschap van Wilders is xenofoob. Hij sluit allochtonen – of dan toch tenminste moslims – categorisch uit. Zijn pleidooi voor meer veiligheid op straat is een andere manier om hetzelfde nog eens te zeggen, met een zo mogelijk nog extremere boodschap. Maar tegelijkertijd stemmen talrijke mensen op de PVV en Leefbaar vanuit een ander motief. Ze zijn niet zozeer tegen buitenlanders – ze zijn vooral tegen.

Tegen vriendjespolitiek. Tegen achterkamertjes. Tegen bedilzucht. Tegen politici die ze niet begrijpen. Tegen Haagse spelletjes. Tegen het cultuurrelativisme van een generatie die nu eenmaal opgroeide toen, in de jaren zestig en zeventig, alles zijn absolute waarde verloor. Ze waren “de zwijgende meerderheid” totdat ze gingen zeiden wat ze dachten.

De politiek deugt “toch” niet. En de media hebben het gedaan. Dat is de toon, ook als De Telegraaf meldt dat de lokale verkiezingen worden overschaduwd door de landelijke politiek. Dan ligt dat een beetje aan “die zakkenvullers”, maar vooral aan de media. En als een ruime meerderheid van de politieke gasten bij De wereld draait door en Pauw & Witteman van PvdA-huize blijken te zijn, is dat geen hoopgevend signaal van hernieuwde profilering, of zelfs herzuiling, maar een bevestiging van wat iedereen al meende te weten: “de hele media is links”.

Ik wil weten hoe dat zo gekomen is. Was de burger minder boos toen hij nog meer kranten las – en bestaat er een causaal verband? Wordt de burger rechtser van meer linkse televisie? De pers is beter dan twintig jaar geleden, maar is burger ook beter geïnformeerd? En word je van betere informatie chagrijniger? Of is de kloof tussen politiek en publiek zo diep dat er niet meer tegenaan te praten valt? En aan welke kant staat de pers eigenlijk?

Reacties zijn gesloten.