Ook bloggen verandert

6 maart 2010 Geen categorie 0

Na tien jaar bloggen is bloggen aan het veranderen, en dat is maar goed ook. Meer originele content aan de ene kant, snellere en kortere verwijzingen aan de andere (Twitter). Het tempo gaat zowel omhoog als omlaag. Voor beide is een publiek.

De grootste groei lijkt al een tijdje uit het bloggen, maar je ziet dat het fenomeen – het medium? het genre? de techniek? – nu in de breedte groei, aan diepgang en diversiteit wint.

Ik blog minder dan ik deed, maar schrijf grondiger, of in elk geval: langere, stukken. Voel minder de noodzaak mijn volgers te wijzen op artikelen die ik elders op internet vond, zoals dit stuk uit The New York Times over een advertentie die de hele voorpagina van The Los Angeles Times overneemt.

Ik verwijs ook minder vaak naar Nick Carr, een van mijn 100 favoriete bloggers. Hij blogt zelf ook minder en wat hij schrijft – over nowness bijvoorbeeld – is toch wel te vinden.

De voortdurende haast waar Carr het over heeft – binnen drie jaar, waarschuwt ook Google, is de desktop obsoleet en informeren we ons mobiel – is een kant van het verhaal. Ik denk dat er ook een andere is: steviger verhalen, beter uitgezocht en minder gebaseerd op vluchtig commentaar.

Hinderlijke vragen

Omdat ik aan een boek werk – over de wisselwerking tussen journalistiek, netwerktechnologie en burgerschap – ben ik nieuwsgieriger naar vragen dan naar antwoorden. Op blogs vinden we van alles, en goed beargumenteerde meningen lees ik graag, maar liever trek in de vraag in twijfel die eraan voorafging.

Hinderlijke  vragen noem ik ze. Is de journalistiek echt beter geworden? En voor wie dan? Is de burger echt boos, en op wie dan? Gaat netwerktechnologie de problemen van het netwerk oplossen, zoals ik graag mocht beweren? En wanneer dan? Ben ik, zoals een vriend gisteren zei, meer of minder elitair geworden? Past enig paternalisme – burgers moeten kunnen meepraten, maar je moet niet altijd naar ze luisteren – bij een sociaal-democraat of links-liberaal?

Er zit in die vragen wel enige systematiek. Alle stellingen en meningen die je over de toekomst van de journalistiek en sociale cohesie kunt hebben, probeer ik te onderzoeken op vier dimensies. Perspectief, functie, tijd en betekenis.

Voorbeeld. Journalistiek is goed voor de democratie. Dat vinden we meestal. Maar de journalistiek is ook stuk; het wordt steeds moeilijker er voldoende geld mee te verdienen. Om te weten in welke richting je de journalistiek zou moeten vernieuwen, kun je hinderlijke vragen stellen.

Journalistiek is goed, maar voor wie eigenlijk? Goed voor de beroepsgroep, voor de uitgevers en aandeelhouders, voor de volksvertegenwoordigers of voor het publiek? En over welk deel hebben we het eigenlijk? Welke functie van de journalistiek? Die van brenger van het nieuws van gisteren? De waakhond? De agendabepaler? De onderzoeker?

Die vragen naar perspectief en functie zijn de twee belangrijkste. Maar je zou bijna vergeten dat de tijd voorbijgaat. Dit stuk begon over bloggen, tot voor kort een enorme trend. Maar bloggen verandert, de markt raakt verzadigd en het fenomeen groeit mee. Terwijl ondertussen technologische ontwikkelingen doen vermoeden dat het vijf jaar weer anders is.

De laatste vraag is de meest filosofische: wat verstaan we onder goed? Wanneer is iets ‘goed’? Ik heb altijd gedacht dat ik dat wel ongeveer wist, maar als je alles in twijfel trekt, dan ook dat maar.