De burger is niet boos, maar bang

De boze burger is bang. Meer bang dan boos zelfs. Zijn woede is de uitlaatklep voor zijn angst. Dat verklaart waarom hij zo boos lijkt, terwijl hij niet heel veel reden heeft voor ongenoegen. Eigenlijk is hij best tevreden. Maar de angst dat hij alles verliest wat hij heeft, zijn welvaart en zijn vertrouwde omgeving, zijn baan en wat hij kent, maken hem redeloos boos.

De bange burger – en ik bedoel niets denigrerends – voedt zijn eigen angst met media. Televisie, krant en internet brengen de laatste vijftien jaar steeds heftiger verhalen van dood en verdriet. De beelden worden allengs confronterender; we laten nu ook dode mensen zien van om de hoek, niet alleen meer uit de Derde Wereld. En als een meisje in Dordrecht wordt vermist, zitten we er bovenop.

De “enorme aandacht” in de media voor bijvoorbeeld Milly Boele, het meisje dat werd vermoord door een buurman die nota bene agent is, illustreert dat we in een emotiecultuur leven, noteert de Volkskrant vandaag in een commentaar. Vroeger waren beheersing en terughoudendheid bij kranten een kwestie van goede smaak. Nu doen ze mee met SBS, en laten de man in de straat zeggen hoe erg het is.

Professionalisme en markt

We zijn van het ene uiterste in het andere terecht gekomen. Tot aan de jaren zestig hielp de verzuilde en volgzame Nederlandse pers mee elk oproer te temperen. Vanaf de jaren negentig hebben we de ideologie van de zuil ingeruild voor persoonlijk professionalisme (we zijn zelfbewuste journalisten) en marktwerking: uiteindelijk moet de krant wel verkocht worden.

Hoewel we ons in Nederland sinds de Fortuynrevolte verbazen over de boze burger, draait de emotiecultuur om angst. De mens heeft geen behoefte aan boosheid, maar wel aan angst. Dat is, beschreef Frank van Vree al in 2004 in zijn oratie als hoogleraar journalistiek aan de Universiteit van Amsterdam, al eeuwen bekend: we kijken naar verschrikkelijke beelden omdat we ons dan meteen veilig voelen.

Angst voedt zichzelf. Mensen genieten op een bepaalde manier van angst, en dan bedoel ik niet de vrolijke thrill van de achtbaan maar existentiële angst – dat je huis afbrandt, je dochter wordt meegenomen, dat vreemden de plaats innemen van je vrienden en bekenden. Hoe stuitend ook, massamedia weten instinctief – en soms welbewust – dat die angst te exploiteren valt.

Drug

De marktwerking wordt niet meer, of niet meer genoeg, afgeremd door journalistiek professionalisme. Hijgerig trekken we naar Dordrecht, breken we in bij andere tv-programma’s, en laten we de vox populi zich ontladen. In haar commentaar roept de Volkskrant vandaag op tot kalmte, maar de zichzelf versterkende economie van de angst laat zich niet zo makkelijk matigen.

Ze zeggen het niet – ze zeggen dat ze boos zijn -, maar mensen hebben behoefte aan angst. Media geven het niet graag toe – ze zeggen dat ze nieuws brengen -, maar media exploiteren die angst. Naar mate ze minder vaste grond onder de voeten hebben, en lezers en kijkers weglopen, laten ze meer schaamte varen. Het lijkt me de drug van de massamedia: je hebt er, of je nou publiek bent of medium, steeds meer van nodig om je doel te bereiken.

Reacties zijn gesloten.