Systeemkranten

25 maart 2010 Geen categorie 0

Bestaan er systeemkranten? We kennen systeembanken; dat zijn banken die onmisbaar zijn in de financiële wereld, ze mogen niet omvallen, want dan stort het hele internationale kaartenhuis in. Je zou kunnen zeggen dat systeemkranten onmisbaar zijn in een parlementaire democratie. Zonder die kranten is de burger niet goed geïnformeerd en staat hij feitelijk buitenspel.

Ik heb de term “systeemkranten” niet verzonnen. Ook de analogie met de systeembanken is al eerder bedacht. In een column op Frankwatching vroeg Joost Steins Bisschop zich begin vorig jaar al af of de overheid niet alleen miljarden moest investeren in het overeind houden van banken, maar ook een fractie van dat bedrag in kranten als De Telegraaf, NRC en de Volkskrant moest steken, “zodat systeemkranten over het bestaansrecht van systeembanken kunnen schrijven”.

Omdat ik wil weten hoe de relatie tussen de media en de samenleving verandert door internet, loont het misschien de moeite wat langer hardop na te denken over “systeemkranten”. Gemakshalve betrek ik meteen maar andere klassieke media – NOS Nieuws bijvoorbeeld – in de analogie. Het gaat me om journalistiek, niet alleen om print.

Dubbelzinnig

Overigens is “systeemkrant” een dubbelzinnige en misbruikte term. Extreemrechtse websites als Stormfront spreken van “systeemkranten” als ze oude media – kranten van De Telegraaf tot NRC – willen wegzetten als elitair en behorend tot de gevestigde orde die uiteraard tot op het bot corrupt is.

Zonder te willen beweren dat extreemrechts en populistische partijen als die van Geert Wilders helemaal samenvallen – dat doen ze niet -, valt de overeenkomst op. Populistische bewegingen, beschrijft Maarten van Rossem in Waarom is de burger boos?, “zijn systeemvijandig”. Het volk wordt bedrogen door politici die per definitie “zakkenvullers” zijn. Ze zijn tegen de elite, tegen “vreemden”, en snakken naar een charismatische leider.

Dat extreemrechts en het populisme zich beide afzetten tegen “het systeem” is lastig. Het geeft de term “systeemkranten” een vervelende negatieve lading. Ik wil leentjebuur spelen bij de neutrale, wetenschappelijke betekenis van “systeem” – een geheel van elkaar beïnvloedende componenten. Tegelijkertijd is de agressieve “systeemhaat” jegens gevestigde media van extreemrechts wel relevant.

Het gaat mij om de betekenis van de journalistiek. En het succes van het populisme wordt, zeg ik Van Rossem na, bevorderd door de televisie:

“Ongelukkig genoeg valt de ‘medialogica’ deels samen met de ‘populistische logica’. De medialogica vraagt theater en drama, alles is goed wat de dagelijkse routine overstijgt en de kijker emotioneert. De charismatische leiders van het populisme zijn hier precies op hun plaats, ze weten hoe je de media moet bespelen.() Zij zijn meesters van de verbale provocatie, van de schaamteloze overdrijving, de goed georganiseerde pseudogebeurtenis, die veel belooft maar weinig geeft, en van het politieke theater. Omdat de televisie zich slecht of helemaal niet leent voor de doorgifte van abstracte informatie, personaliseert hij de politiek.”

Ik bedoel maar: wie onderzoekt hoe de media de democratische burger informeren, hoe dat systeem in elkaar steekt, moet niet raar opkijken als hij op “systeemfouten” stuit. Je zou de kloof tussen burger en politiek misschien een defect van het systeem kunnen noemen. En “systeemhaat” een “crash”.

Relatief

Terug naar systeemkranten. Over welke journalistieke media hebben we het dan? NOS Nieuws op radio en tv hoort er als gezegd bij; ik kan me niet voorstellen dat dit land nog fatsoenlijk zou functioneren zonder het NOS Journaal. Maar alles is relatief. De Groene Amsterdammer lijkt me minder onmisbaar dan De Telegraaf – domweg vanwege de oplage van beide. Hart van Nederland lijkt me minder cruciaal dan NOVA, zoals RTL Boulevard voor de democratie van minder betekenis is dan Pauw & Witteman. Of om het over personen te hebben: mijn weblog lijkt me minder relevant dan de columns van HJA Hofland.

Waarom is zo’n vergelijking belangrijk? Omdat ik het niet wil laten bij de stelling dat kwaliteitsjournalistiek – onderzoek en duiding met name – onmisbaar is in een parlementaire democratie. Dat is me te gemakzuchtig. Ik wil analyseren wat dat voor journalistiek is, hoe die precies in dit “systeem” functioneert of disfunctioneert, en vooral: hoe dat “systeem” verandert door de opkomst van nieuwe media.

Zo’n onderzoek zou er toe kunnen leiden dat nieuwe vormen van journalistiek op internet – bloggers, sociale netwerken – ook tot de “systeemkranten” moeten worden gerekend. Wie ze bij voorbaat uitsluit en de term reserveert voor klassieke media of de kwaliteitskranten, negeert volgens mij een deel van de werkelijkheid.

Een uitkomst kan ook zijn dat die klassieke media inderdaad onmisbaar zijn, en dat de democratie zich niet kan veroorloven dat ze omvallen. Dan zullen ze inderdaad, op den duur, als er geen uitweg meer is, net als systeembanken door de overheid in leven moeten worden gehouden.