Systeemkranten? Maar wat is het systeem? (2)

Stel dat er “systeemkranten” bestaan, wat is het dan het systeem? Wat valt er om als systeemkranten verdwijnen, naar analogie van de financiële wereld die in de war raakt als “systeembanken” omvallen? Hoe verknoopt zijn die kwaliteitsmedia met andere onderdelen van “het systeem”, hoe werkt dat?

Het systeem van kranten of van journalistieke media – waaronder ik nu ook audiovisuele en nieuwe media reken – is groter dan die media zelf. Ze zijn onderling met elkaar verweven, zeker, ze delen productiemiddelen (drukpersen, distributie, persbureaus, advertentieverkoop), ze vissen in dezelfde vijver als het gaat om journalisten en lezers.

Systeemkranten opereren in dezelfde markt. Die markt – het publiek – is weliswaar gesegmenteerd, lezers van de ene krant stappen niet zo snel over naar een andere, maar vertoont toch ook grote overlappingen. Denk aan dubbellezers, seriële proeflezers, gratiskrantenlezers.

Groter
Maar het systeem is groter. Dat is natuurlijk een kwestie van definitie. Als we het over systeemkranten hebben, doelen we op journalistieke kwaliteitsmedia die van belang zijn voor de parlementaire democratie. Ze controleren de macht, agenderen nieuws en duiden wat er in de samenleving gebeurt, opdat de burger geïnformeerd is en kan meedoen.

Tot het systeem behoren dus in elk geval de vertegenwoordigers van die burger – het bestuur, de politiek – en de burgers zelf. Het gaat mij om de wisselwerking tussen pers, politiek en publiek, zoals die bijvoorbeeld al is onderzocht door de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling. In 2003 verscheen het RMO-rapport Medialogica.

Burger

Onderbelicht tot dusver is, zowel in dat rapport als in het overheidsbeleid – denk aan de persbrief van oud-minister Plasterk – de rol van de burger. Medialogica ging vooral over de verstrengeling van politiek en pers; de burger had vooral het nakijken. Terwijl die burger, in mijn optiek, mondiger is geworden, en dankzij internet ook machtiger.

Als er systeemkranten bestaan, of systeemmedia, dan moeten daar in elk geval ook de nieuwe media bij worden betrokken, voor zover die invloed hebben (Nu.nl?, GeenStijl?). Of staat dat haaks op de impliciete definitie van kwaliteitsmedia? Met andere woorden: wat bepaalt de kwaliteit van media, is dat hun intrinsieke, door journalistieke normen bepaalde kwaliteit, of gaat het erom hoe zij van betekenis zijn voor het systeem, voor politiek, pers en publiek?