Journalisten verbloggelen niet

10 april 2010 Geen categorie 1

Dat bloggers en journalisten elkaar in de haren vliegen, is niet raar. Dat ze dat nog steeds doen, wel. Want ze doen het al jaren, al zo lang als er bloggers zijn en journalisten zich een houding proberen te geven tegenover de oprukkende hordes “pseudojournalisten”. Leren ze dan nooit?

Journalisten en bloggers verdragen elkaar slecht, met uitzondering van degenen die zowel blogger als journalist zijn; zij zijn meestal wat milder.

Journalisten geven af op het amateurisme van bloggers, verwijten bloggers dat ze zich aan God noch gebod houden en zich overigens aan broodroof schuldig maken.

Bloggers, die zichzelf maar al te vaak als “journalist” typeren zonder hun brood als professioneel journalist te verdienen, ergeren zich aan de arrogantie van professionele journalisten. De beroepsgroep vereenzelvigt zich naar hun mening met de zittende politieke en bestuurlijke macht. Met ‘de media heeft het gedaan’, bedoelen ze: de journalisten.

Scepsis
Ik ben journalist en blogger en voel me al jaren in beide kampen thuis, al was het maar omdat zowel collega-journalisten als bloggers mij gelijkelijk met scepsis, argwaan en erger overladen. De meeste journalisten zien me aan voor een bloggende internetadept, de meeste bloggers scharen me onder de “dooie bomen”. Het is allebei even waar als onwaar.

Journalisten en bloggers kunnen veel van elkaar leren, schreef ik eerder (in Mediamores). En ze leren ook van elkaar. Bloggers begrepen eerder wat sociale media en interactie met je lezers kunnen toevoegen. Geduldige journalisten blijven uitleggen dat hoor & wederhoor belangrijk is. Maar overheersend blijft de wederzijdse argwaan.

Die onverdraagzaamheid heeft iets kinderlijks, maar speelt natuurlijk weer op als zich grotemensenproblemen voordoen. Terecht signaleert Erik van Schaik op VillaMedia dat de invloed van de media op de politiek nog nooit zo groot is geweest, terwijl de kwaliteit van de journalistiek juist nu onder druk staat.

Van Schaik, docent aan de School of Media in Zwolle en voormalig redactiechef van het AD, doelt met name op de kwaliteit van het harde nieuws. Kranten en weekbladen leggen zich toe op duiding en achtergrond, maar brengen nauwelijks nog krakende primeurs en scoops.

Keuze

Grotendeels, beweer ik, is dat een kwestie van keuze. Printmedia – met “nieuwe” uitgevers als Derk Sauer voorop – willen niet langer het nieuws van gisteren brengen; dat kent iedereen al van radio en televisie, van internet en teletekst. Het lagere ritme van kranten gebiedt dat ze het nieuws verrijken, uitleggen en van opinies voorzien. Daarmee gaan ze de versplintering te lijf.

Van Schaik heeft gelijk als hij stelt dat onderzoeksjournalistiek op de tocht staat, maar niet zoals hij denkt. Grote kranten zijn de afgelopen jaren – terecht en godlof – meer tijd en geld gaan steken in onderzoek. Congressen van de VVOJ worden uitstekend bezocht. Er verschijnen ongelofelijk goeie producties (over Trafigura, over ABN Amro, over PCM, over Nina Brink, over “maaggate”). Wat wegkwijnt is onderzoek op microniveau, bij plaatselijke verslaggevers die met te weinig zijn, hun netwerk kwijtraken en te weinig de gelegenheid krijgen zich vast te bijten. Dat is geen keuze, maar economische stress.

Met verbloggeling – prachtig woord van Van Schaik – van het nieuws heeft dat niet zoveel te maken, vrees ik. Van een identiteitscrisis in de journalistiek lijkt me nauwelijks sprake, wel van een crisis. De journalistiek weet best wat haar rol is of moet zijn, maar heeft moeite het publiek te behouden voor wie ze bestaat.

Reacties zijn gesloten.