De Vries: principes van een half miljoen

Zouden de journalistieke principes van Peter R. de Vries een half miljoen euro waard zijn? We zullen het zondagavond zien als SBS moet besluiten of het de beelden uitzendt die de misdaadverslaggever heimelijk liet maken van Koos H, de tot levenslang veroordeelde kindermoordenaar.

Is dat flauw. Wel een beetje, te meer omdat ik de afgelopen week ook even heb geaarzeld over de rechtvaardiging die De Vries hanteerde toen hij besloot het verbod van de voorzieningenrechter naast zich neer te leggen.

De vraag was of De Vries het zware middel van een verborgen camera mocht inzetten. Niet van de rechter, dus, maar soms wijken de journalistieke mores af. Als er een groot maatschappelijk belang in het geding is en op geen andere wijze de waarheid aan het licht kan worden gebracht, zijn sommige onorthodoxe methodes soms gepermitteerd.

Dat zware belang, zei De Vries vorige week zondag in de uitzending van SBS, dat was er. Koos H. biechtte voor het eerst publiekelijk op dat, en hoe, hij de kinderen had vermoord. De nabestaanden haddden er in zijn visie recht op te weten, maar ook te zien en te horen, hoe dat was gegaan.

Ik aarzelde – omdat ik de feiten onvoldoende kende – totdat ik John van den Heuvel bij De Wereld Draait Door hoorde te zeggen dat Koos H. al veel eerder had bekend. Zonder die bekentenis was hij nooit in een tbs-inrichting beland. De rest van mijn aarzeling verdween vrijwel geheel toen De Telegraaf in zijn commentaar ook afstand nam van de methode van De Vries.

Vrijwel geheel, omdat ik het nog steeds – ook na lezing van het vonnis in kort geding – er rekening mee houd dat de zaken volgens Peter R. de Vries ingewikkelder zijn. Hij zou, bijvoorbeeld bij de Raad voor de Journalistiek (waarvan ik, terzijde, lid ben) de gelegenheid moeten krijgen dat uit te leggen.