De pers controleert het publiek

Sinds een jaar of honderd controleren journalistieke massamedia de overheid. De pers is de waakhond van de democratie, nietwaar. Maar als de burger aan de macht komt, zoals internetwijsneuzen soms beweren, als de consument het voor het zeggen krijgt en de ouderwetse macht verschuift naar de assertieve, luidruchtige en permanent zwevende burger, moet de pers die burger maar gaan controleren.

Geen zorg, de verhouding tussen pers, politiek en publiek verandert niet van vandaag op morgen. Na vijftien jaar internet kun je zelfs vaststellen dat de traditionele patronen van een representatieve democratie zich verrassend weinig aantrekken van digitalisering; we stemmen, bedoel ik maar, nog met het potlood.

Het zal langer duren dan we dachten voordat de effecten van de mediarevolutie op de democratie zichtbaar worden, maar de gevolgen zullen – want zo gaat dat meestal bij technologische vernieuwingen – ook heftiger zijn dan we ons konden voorstellen. Dat de pers niet langer de machtige overheid controleert, maar de burger in de gaten houdt, zou wel eens de meest vergaande consequentie kunnen zijn.

Grootgrutters en agenten

Is de burger al aan de macht? Nou nee, dat niet, maar hij is lekker op weg. De mediamacht wordt opnieuw verdeeld, schreef Jan Bierhoff op DNR. Nieuwsbronnen communiceren direct met hun afnemers. Grootgrutters, wethouders, agenten en ngo’s maken hun eigen nieuws, dat ze op eigen sites, al twitterend of via eigen tv-stations de wereld inzenden. Daar komt geen onafhankelijke journalist meer aan te pas.

Zoals Albert Heijn ooit met Allerhande om de dagbladen heen communiceerde, huurt de gemeente Renswoude nu een “eigen” verslaggever in voor raadsvergaderingen die de plaatselijke krant noodgedwongen negeert. Eerder las ik dat een Haagse wethouder er geen been in zag de plaatselijke krant over te slaan; en geef hem eens helemaal ongelijk, gezien de treurige staat van de Haagse lokale journalistiek.

Voorbeelden te over, genoeg om een trend waar te nemen – al kan ik weinig met de term (‘embedded publishing‘) die daarvoor is bedacht. In elk geval is het spel tussen pers, politiek en publiek aan het schiften, meer nog dan toen de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling (RMO) in 2003 beschreef hoe pers en politiek elkaar gevangen houden in “medialogica”, het kluitjesvoetbal van op de man spelende hype-verslaafden.

Het RMO-rapport moest over drie spelers gaan, maar maakte amper een woord vuil aan de rol van het publiek. De Raad zou het nu niet meer zo doen. Want de burger neemt steeds nadrukkelijker het woord. Self-publishing, noemt Bierhoff dat. Niet dat elke burger blogt of twittert of reaguurt – de meeste hebben wel wat beters te doen -, maar het geroezemoes van het publiek begint de boel al aardig te overstemmen.

Belanggebonden informatie

Bierhoff vraagt zich af of de klassieke onafhankelijke verslaggeving vanwege de opmars van “belanggebonden informatie” op de schroothoop van de geschiedenis kan. Met hem hoop ik dat dat niet zo hoeft te zijn. Maar het beeld dat Bierhoff schetst van experimenten waarbij klassieke media maar besluiten te gaan samenwerken met “private partijen”, en hun onafhankelijkheid op het spel zetten, hoe voorzichtig ook, bevalt me slecht.

Met de boutade dat de pers dan maar het publiek moet gaan controleren, bedoel ik te zeggen dat traditionele journalistiek misschien meer verandert dan we dachten. We zullen allicht een andere kant op moeten kijken, naar een ander “doelwit”, zoals we ook zullen moeten wennen aan een ander publicatieplatform – iets als de iPad? –, aan flexibeler redacties, nieuwe verdienmodellen en volstrekt andere kernfuncties.

Wat die functies betreft: het publiek is steeds beter in staat zelf het nieuws te filteren, te becommentariëren en te verspreiden, al dan niet geholpen door Google, al dan niet bezeten van complottheorieën (van “kritische prikkers” bijvoorbeeld). De oude massamedia houden minder functies over. De meest voor de hand liggende is het achterhalen van nieuws dat verborgen moest blijven; tegels lichten, dus.

Bierhoffs verhaal bevestigt me in de gedachte dat de meest ondergewaardeerde kwaliteit van klassieke journalisten inmiddels hun betrouwbaarheid is: welke informatie vertrouw ik en waarom? Het wordt de grote uitdaging: hoe verdien je het vertrouwen van een publiek dat jou steeds meer wantrouwt (“de media heeft ’t gedaan”), terwijl je als journalist tegelijkertijd dat publiek kritisch op de hielen zit, alsof de klant werkelijk koning is.