Facebook onder vuur over privacy

Kritiek op de sociale netwerksites, Facebook voorop, omdat ze ongevraagd meer persoonlijke informatie laten zien dan je als gebruiker leuk vindt. De vraag is wat je wilt delen met een zelf gekozen groep vrienden, en wat voor iedereen bedoeld is. Facebook rekt dat laatste zoveel mogelijk op, mogelijk uit idealistische overwegingen – delen is de bedoeling -, maar vast en zeker ook met een commercieel doel.

Niets is de afgelopen jaren zo succesvol op internet als de sociale netwerken. Facebook, Bebo, Myspace, Hyves en nog talrijke andere sites laten je informatie delen, met de hele wereld, of alleen met vrienden. Dat maakt van die netwerken systemen waarin honderden miljoenen mensen zijn opgenomen, maar vreemd genoeg zijn het geen massamedia. Facebook of Hyves zijn niet te exploiteren zoals een massatijdschrift dat is.

Oude media denken in bereik. Een enkele boodschap moet zoveel mogelijk conumenten bereiken. Sociale netwerken draaien niet om wat uitgever en redactie te melden hebben, maar om de gebruiker. Daardoor is Facebook per definitie bestemd voor kleine groepen. Niemand heeft 300duizend vrienden. Sterker: de meeste van ons hebben – blijkt volgens Clay Shirky uit onderzoek – maar vier of vijf online vrienden.

Openbaar en prive

Sociale netwerksites moeten ergens geld verdienen – dat geldt bijvoorbeeld ook voor Twitter. Bij gebrek aan een briljant nieuw idee, grijpen ze terug op het model dat de afgelopen eeuw voor massamedia fantastisch werkte: adverteren op massabereik. Dat lukt alleen als Facebook en consorten de grenzen van hun eigen model oprekken. Hoe meer gebruikers delen, hoe meer informatie publiek is, hoe meer “massabereik”.

Met Jeff Jarvis geloof ik niet dat Mark Zuckerberg, de oprichter van Facebook, alleen door cynisch winstbejag wordt voortgedreven. Er zit een ideologisch motief onder. Sociale netwerken zijn bedoeld om mensen met elkaar te verbinden, ze creeren in het beste geval nieuwe gemeenschappen, en leiden tot wat wetenschappers in navolging van Jurgen Habermas een nieuwe publieke sfeer noemen.

Maar waar ligt de grens? Wat ervaart de Facebook-gebruiker als vanzelfsprekend publiek terrein, en waar wordt informatie prive? Of beter: waar wordt informatie semi-openbaar, alleen bedoeld voor mensen je zelf hebt uitgekozen, of voor groepen waarvan je de parameters zelf hebt vastgesteld.

De enige manier om er achter te komen wat we op internet als het publieke domein ervaren, wat strikt prive is, en wat half-openbaar, is het proefondervindelijk vaststellen. Dat is precies wat Facebook nu aan het doen is. Trek aan de grenzen van het private, en als je publiek hard genoeg piept, weet je dat je te ver bent gegaan.