Journalistiek is een publiek goed (en staatssteun is onvermijdelijk)

18 mei 2010 Geen categorie 8

De journalistiek is onmisbaar in een democratie. Dat vinden journalisten zelf uiteraard, maar de meeste politici, ook degenen die afgeven op de pers, denken er niet anders over. Ik vermoed dat ook het publiek in ruime meerderheid gelooft dat het land beter af is mét dan zonder journalisten. De pers, concludeer ik, is een “publiek goed” en moet, als het echt niet anders meer kan, ook uit publieke middelen worden gefinancierd.

Bij de meeste kranten in Nederland stappen dezer dagen de Plasterk-jongeren binnen. Dat zijn jonge journalisten die dankzij 4 miljoen euro subsidie van (toen nog) minister Plasterk twee jaar lang aan het werk kunnen. Hoewel het water de dagbladen aan de lippen staat, ging er nog een stevige discussie aan die regeling vooraf. Moet de pers wel staatssteun accepteren? NRC weigerde de Plasterk-jongeren, net als Elsevier, de meeste andere kranten onderdrukten hun intuïtieve aversie.

Ook media die met publiek geld worden gefinancierd, kunnen onafhankelijke journalistiek bedrijven, stellen Robert McChesney en John Nichols in The Death and Life of American Journalism, een recent verschenen manifest waarin ze laten zien dat staatssteun voor de pers veel minder dubieus is dan journalisten tegenwoordig denken. De vrije pers, ongeveer uitgevonden in de VS, begon zelfs dankzij het subsidiëren van de postdistributie.

In de VS leidt de publieke omroep in vergelijking met die in Europese landen een marginaal bestaan. Elke Amerikaan draagt slechts een dollar bij aan de publieke omroep. Canada betaalt per hoofd van de bevolking 22 dollar, Ierland 59, het Verenigd Koninkrijk 80 en Denemarken 101. McChesney en Nichols verwijzen dan ook graag naar Europa: kijk naar de BBC als voorbeeld van publiek gefinancierde, onafhankelijke journalistiek.

Pervertering
In Nederland bewijst NOS Nieuws natuurlijk dat het mogelijk is, net als journalistieke programma’s als Zembla, Pauw & Witteman of Nova. De regionale publieke omroepen doen het ook. Ik begrijp de hartgrondige liberale afkeer van NRC en Elsevier (“onder geen beding een staatsmedium”), hoe groter de afstand tussen overheid en pers hoe beter, maar zie niet in waarom staatssteun per se tot de pervertering van de pers moet leiden.

De commissie-Brinkman, die onderzoek deed naar de toestand van kranten, waarschuwde dat dagbladen in Nederland al binnen enkele jaren structureel verliesgevend zullen zijn. De minister besloot daarop tot een steunoperatie. Ik denk dat publieke financiering van de pers niet alleen te billijken valt, maar binnenkort onvermijdelijk is. En de paar miljoen van Plasterk volstrekt onvoldoende.

Hinderlijke vragen
Wie naar publiek geld hengelt, zal zich moeten verantwoorden. Gewend als ze zijn hinderlijke vragen te stellen aan anderen, zullen journalisten die vragen nu aan zichzelf moeten stellen. Waar komt die crisis in de pers vandaan, en in welke richting zoeken we de oplossing? Zijn we inderdaad zo belangrijk voor de democratie als we denken? En hoeveel journalistiek is er eigenlijk nodig?

Wie daarover nadenkt, ontdekt dat internet niet de oorzaak van alle ellende is, maar wel een katalysator. Dat kranten eind vorige eeuw wel steeds beter zijn geworden, maar ook zonder pardon in hun kwaliteit gingen snijden toen de enorme winsten begonnen te slinken. Dat journalisten zich afvragen waar het nieuwe verdienmodel gevonden moet worden, maar niet staan te dringen om zich halverwege hun carrière de bizarre werkelijkheid van internet te laten uitleggen.

Kranten verdwijnen niet van vandaag op morgen. Maar ze hebben in hun huidige vorm ook niet het eeuwige leven. Al meer dan een halve eeuw lang lezen opeenvolgende generaties steeds minder kranten. Internet versnelt dat proces. De zestigers en veertigers van nu houden de dagbladen nog even op de been, maar om de Google-generaties te interesseren voor nieuws en ze daarmee te betrekken bij de democratie, is meer nodig.

Innovatie
De journalistiek zal zichzelf opnieuw moeten uitvinden. Ze zal meer geld moeten steken in innovatie, ook al neigen uitgevers naar het tegenovergestelde: net zolang saneren tot er niets meer over is, wat Michael Porter de harvest-strategie noemde: take the money and run. Via het Stimuleringsfonds probeert de overheid nu die innovatie te bevorderen, maar de regeling is tijdelijk en, als gezegd, volstrekt onvoldoende.

Het is waar: kranten in Nederland – en ver daarbuiten – hebben geen overweldigend track record op het gebied van innovatie. Ze hebben commerciële kansen laten liggen – denk alleen maar aan Marktplaats of Nu.nl – en zijn nogal sloom gebleken waar ze inventief moesten zijn. Maar het is nog niet te laat. Ze hebben nu tijd nodig en een dwingende reden om te innoveren, noem het een incentive, noem het an offer you can’t refuse.

Waar moet geld heen
Omdat journalistiek een publiek goed is, zou de overheid nu de pers met meer publiek geld moeten steunen. Een paar ideeën. Financier de bijscholing van journalisten; op krantenredacties ligt de gemiddelde leeftijd tegen de 50 en bestaat behoefte aan basale computertraining, of kennis over de omgang met statistische gegevens (wat leidt tot computer assisted research) of de mogelijkheden en valkuilen van internet-zoeken.

Als de burger meer behoefte heeft aan verdieping en onderzoek, zouden we onderzoeksjournalistiek ook kunnen steunen met publiek geld. In directe zin, door specifieke projecten te financieren. Of indirect, door journalisten te laten trainen – bijvoorbeeld door de VVOJ. Alle producten die dat oplevert, de verhalen dus, zouden kort na eerste publicatie via internet voor iedereen toegankelijk moeten zijn.

Om nieuwe journalistieke mediabedrijven een kans te geven zich te bewijzen herinneren Nichols en McChesney aan een al eerder bedacht systeem van vouchers. Geef elke burger 200 dollar om te besteden aan media. Een medium – het mag geen advertentie-inkomsten hebben – dat meer dan 20.000 dollar toegewezen krijgt, mag dat geld ook daadwerkelijk besteden, onder het voorbehoud dat alle producten gratis voor het publiek beschikbaar komen.

Niet twee maar twintig
Ik kan me nog meer rigoureuze maatregelen voorstellen. De overheid zou de distributie van dagbladen kunnen subsidiëren, zoals dat in een andere landen – de VS bijvoorbeeld – lang heel gebruikelijk is geweest. En ze zou de Plasterk-regeling dramatisch kunnen uitbreiden: als er niet twee maar twintig jongeren per krant aan het werk zouden gaan, zou die “verjonging” wel effect hebben, vooral ook op de journalistieke cultuur.

(Terzijde: al in 2003 telde Nederland drie maal meer voorlichters en pr-functionarissen dan journalisten. Inmiddels zullen dat er vier of vijf keer zoveel zijn. Zou de overheid de publieke pers niet kunnen financieren door te bezuinigen op voorlichters? Dat trekt de verhouding wat recht en sommige voorlichters kunnen gewoon terug naar het vak waarin ze ooit zijn begonnen).

Zou de overheid – nog een andere suggestie – de persdienst ANP kunnen overnemen, en zijn producten om niet ter beschikking kunnen stellen aan journalistieke media? Welke media zouden daarvan dan profiteren? Verdwijnt het concurrentievoordeel voor de krant als elke nieuwssite ook gratis ANP-berichten kan doorplaatsen? En zou je in dat geval een norm moeten bepalen?

Professionalisme
In The Vanishing Newspaper pleit de Amerikaanse krantenman en emeritus hoogleraar Philip Meyer voor herwaardering van het professionalisme in de journalistiek. Dat schuurt met het beginsel van vrije meningsuiting, iedereen mag zich wat mij betreft journalist noemen, maar helpt misschien wel te bepalen welke media voor publieke financiering in aanmerking zouden moeten komen.

Een publiek gefinancierde pers moet onafhankelijk zijn, maar ook verantwoording durven afleggen en duidelijk maken wat zijn professionele principes zijn. Je zou daarom van journalistieke media die om staatssteun vragen kunnen verlangen dat ze de Raad voor de Journalistiek steunen. Daarmee bedoel ik uiteraard niet dat ze aan de leiband van de Raad dienen te lopen – evenmin als dat nu het geval is – maar iets van publieke verantwoording lijkt me redelijk.

Reacties zijn gesloten.