Vertrouwen in de journalistiek (II): De mediamaslow

26 juni 2010 Geen categorie 2

Op de markt voor media is “vertrouwen” geen modieus artikel. De Google-generatie betaalt er niets extra’s voor; ze kunnen zonder – denken ze. Klassieke journalisten hebben het daar moeilijk mee, omdat hun handelswaar gemaakt is van betrouwbaarheid, zoals brood van granen. Voor een flink deel is de crisis in de journalistiek hierop terug te voeren, maar de kans is groot dat dit verandert. Misschien verklaart de “mediamaslow” waarom.

Nieuws is een product, net als opinie. Vertrouwen is dat niet. Het is een aspect van informatie-uitwisseling, een kwaliteit, zoals de kleur van een auto. Vertrouwen is “los” geen geld waard, evenmin als een merknaam. Het merk Google is het duurste op aarde, maar is niet los verhandelbaar (uitzonderingen zijn dat slechts in schijn: het computermerk Commodore bracht geld op zonder productielijn, maar die transactie werd pas zinvol toen er weer Commodore-producten waren).

Als aspect van de informatie-economie is vertrouwen veel geld waard geweest. Dat merk je als het weg is. De koersen van banken dalen als klanten graaiende bankiers gaan wantrouwen. Campagnes om het vertrouwen van de burger in de politiek te herstellen kosten handenvol geld. Maar de NRC-lezer die jaar in jaar uit zijn abonnementsgeld overmaakte, stond er nauwelijks bij stil dat hij betaalde voor betrouwbaarheid.

Mediamaslow

De technologie van internet heeft het ecosysteem van het nieuws nogal verstoord. Oude en stabiele productielijnen zijn ineens achterhaald. Het aanbod is oneindig veel groter dan de vraag. En de verpakking van het nieuws – de krant van half zeven, het journaal van acht uur – wordt op den duur even anachronistisch als een twintigdelige hardcover encyclopedie. Dat uiteenvallen van de verpakking wordt unbundling genoemd. En met die ontbundeling wordt betrouwbaarheid een aspect waar je voor kunt kiezen – of niet.

Het fenomeen – vertrouwen als mode van gisteren – doet denken aan de piramide van Maslow. Zoals we weten sinds de Amerikaanse psycholoog Abraham Maslow zijn schema in 1943 ontwikkelde, streeft de mens de bevrediging van zijn behoeften in een bepaalde volgorde na. Eerst willen we eten en drinken, dan een dak boven ons hoofd, daarna pas vriendschap en liefde. Als aan die behoeften is voldaan, verlangen we naar waardering, kennis en uiteindelijk naar zelfontplooiing.

Hoewel er van alles aan te merken valt op de Maslow-piramide (zie Wikipedia), zegt het model misschien iets over de manier waarop we onze behoefte aan informatie – aan kennis zo men wil – bevredigen. Zou er een logische volgorde kunnen zitten in hoe we nieuws consumeren? En is die volgorde misschien overhoop gegooid door de verstorende technologie van internet?

Gele pc’s

Sommige producten worden snel beter, maar op onderdelen helemaal niet. Het heeft decennia geduurd voordat je een pc kon kopen met een andere dan een grijze kast. Kennelijk zat niemand op een gele pc te wachten. Dat veranderde toen Apple ontdekte dat die behoefte aan vormgeving – en veel gebruiksvriendelijkheid – niet afwezig was, maar sluimerde. Eerst moest een pc krachtiger, betaalbaarder, compacter en betrouwbaar zijn.

In het klassieke massamediale model van het nieuws – dat nog steeds functioneert, zij het op zijn laatste benen – kun je verschillende productkwaliteiten aanwijzen. Actualiteit, compleetheid, amusementswaarde. Het vermogen om de macht te controleren was een toegevoegde waarde. Dat de krant stipt op tijd werd bezorgd een andere. En betrouwbaarheid – ik geloof die krant – had waarde omdat die zich vertaalde in bijna levenslange verbintenissen (“Ik ben al veertig jaar lid, meneer”).

Maar ontbundeling heeft die samenhang verstoord. En het aanbod van nieuws heeft de hiërarchie van deelbehoeftes overhoop gehaald. Actualiteit is nu schreeuwend belangrijk. Het nieuws moet overal kunnen worden genoten. Informatie moet onmiddellijk bruikbaarheidwaarde hebben, op de individuele consument toegesneden. Dat we kunnen terugpraten (reaguren) lijkt waardevoller dan de afgewogen opinies van deskundigen. Er is minder vraag naar compleetheid dan naar compactheid, minder naar gezag dan naar transparantie, meer naar links dan naar credits.

Niet onwrikbaar

Waarom is Maslow nuttig in dit verhaal? Omdat de hiërarchie van de bevrediging van informatiebehoeftes misschien niet onwrikbaar vastligt. Het lijkt erop dat die zich nog vormt; internet is per slot van rekening nog een onvolwassen medium, het ontwikkelt zich nog volop.

Toen de netwerktechnologie informatie overvloedig maakte, zijn we onze specifieke nieuwsbehoeftes opnieuw gaan indelen, afhankelijk van de mogelijkheden. Eerst wilden we vooral veel weten. Toen moest het snel. Toen op onze persoonlijke maat. Toen bruikbaar. Toen mobiel. Ergens daartussendoor bevredigden we onze behoefte aan communicatie over het nieuws. En gingen we bewegend beeld hoger waarderen dan tekst.

Over de volgorde van die deelbehoeften valt graag te twisten, maar misschien bestaat er een hiërarchie die je de mediamaslow zou kunnen noemen. Als dat zo is, is het heel wel denkbaar dat nieuwsconsumenten – als ze al hun primaire behoeften hebben vervuld – waarde gaan zien en, vooruit, geld willen gaan betalen voor betrouwbaarheid. Dan is de collectieve argwaan jegens de pers misschien slechts een overgangsfase.

[dit is het tweede deel van een korte serie posts over het vertrouwen in de journalistiek; later deel 3: hoe produceer je vertrouwen?]

Reacties zijn gesloten.