Wie vertrouwt de journalist nog?

26 juni 2010 Geen categorie 2

Tot op het bot wantrouwt de Nederlander zijn bank, zijn priester, zijn volksvertegenwoordiger en zijn klimaatwetenschapper. Ze graaien en verdraaien, liegen en bedriegen, jagen de waan van de dag en hun eigen status na. We leven in een low trust samenleving, aldus een themanummer van Filosofie Magazine dat vreemd genoeg met geen woord rept van de pers. Wie vertrouwt de journalist nog?

Ondanks de doehetzelf-media van internet, ondanks de “dekolonisatie van de burger” (Hofland), speelt de pers nog een rol tussen publiek en instituties. Na de hoogtijdagen van de massamedia eind vorige eeuw, toen pers en politiek elkaar vonden in een dramademocratie, kalft de invloed van de journalistiek af; de pers bereikt minder lezers en kijkers, die zich calculerend afvragen of ze ook zonder krant kunnen.

Dat kunnen ze niet – misschien nog wel zonder krant, maar niet zonder journalistiek. Maar dat die pers even onmisbaar is als een politicus, de huisarts of een straatagent laat zich lastig uitleggen. Het vertrouwen in pers en massamedia neemt af. Dat is vreemd en zelfs wat onrechtvaardig, want de journalistiek is de afgelopen decennia eerder beter geworden dan slechter. Onafhankelijker, professioneler, breder, betrokkener.

We zijn allemaal consumenten geworden, meer nog dan burgers, en we waarderen met onze portemonnee. Wat belangrijk is, kopen we. Kennelijk ligt betrouwbaarheid niet meer voorin de schappen, en kiezen we als shoppende burger eerst voor gemak, snelheid, overvloed, vermaak en emotie. Kwaliteitsmedia zien hun eigen betrouwbaarheid als hoeksteen, maar het lijkt alsof de consument er minder om maalt.

Scepsis

De digitale cultuur van internet is vergeven van glibberige paradoxen. De omgang met de waarheid is misschien wel de meest eigenaardige. Altijd en overal kunnen we alles weten of te weten komen, maar de ondubbelzinnige waarheid lijkt niet ons hoogste doel. Als het lijkt te kloppen, zijn we vaak al tevreden. Als we te veel aarzelen, googlen we nog een keer. Bronnen te over, en iedereen heeft zijn eigen waarheid.

Scepsis is de grondhouding van de geïndividualiseerde burger in de postmoderne netwerksamenleving. En van scepsis – zou het wel kloppen? – komt argwaan – het deugt vast niet. De assertieve burger die te rade moet bij autoriteiten eist transparantie, maar raakt het spoor bijster als de politicus of dokter hem niet in drie zinnen – in de 0,2 seconde van Google – kan uitleggen waarom het allemaal zo ingewikkeld is. En dat is de opwarming van de aarde nu eenmaal, of de noodzaak van vaccinatie, of de vorming van een kabinet.

Politici en ambtenaren vinden burgers “verwend, emotioneel en wispelturig,” schrijven Evelien Tonkens en Tjsalling Swierstra in Filosofie Magazine. Veel journalisten hebben een vergelijkbaar gramstorige verhouding met hun publiek. Doen we ons best, negeren ze ons. Bieden we duiding, willen ze Paris Hilton. Geven we onderzoeksjournalistiek, verlangen ze human interest. Schrijven we opinieverhalen, reaguren ze liever zelf. Maken we een keuze uit het nieuws, eisen ze alles.

[Dit is het eerste deel van een korte serie posts over pers en vertrouwen. Volgende deel: de mediamaslow]

Reacties zijn gesloten.