Ik wil niks missen (Journalistiek & vertrouwen IV)

1 juli 2010 Geen categorie 1

Als argwaan de culturele norm is, hoe gaat vertrouwen in de pers dan nog een rol spelen? Ik geloof dat mediaconsumenten op enig moment weer keuzes zullen gaan maken die ten dele gebaseerd zijn op de zekerheid – meer dan de sceptische aanname – dat informatie klopt en opinies gezag hebben. Maar bovenal denk ik dat eerst nog een andere behoefte zal ontstaan: niets willen missen.

Onmogelijk kunnen we al het nieuws volgen. De Google-generatie vertrouwt er niet op dat de klassieke journalistiek de juiste selectie maakt – ze hebben er althans geen geld voor over. Jongeren vertrouwen op hun netwerk, waarop ze vrijwel doorlopend mobiel zijn aangesloten. En ze weten dat “breaking news” door oude en nieuwe media zo massaal wordt opgepikt dat ze het hoe dan ook meekrijgen (“Als het belangrijk genoeg is, vindt het mij wel”).

Maar er gaapt wel een gat. De Google-generatie filtert haar eigen nieuws, checkt nieuwssites als Nu.nl, scant koppen en zenders en sites, maar is van de weeromstuit als de dood nieuws te missen dat er tussendoor glipt. Nieuws dat zo klein is dat het onder de radar blijft, maar zo relevant voor die ene gebruiker dat hij het niet had willen missen.

Met rss-readers en alerts kom je een heel eind. Maar er zijn dagen waarop mijn rss-feeds “vol lopen”, en ik een blinde selectie moet maken. Alles ouder dan drie dagen blijft dan ongelezen. Favoriete bloggers als Carr en Jarvis lees ik nog wel, maar de digitale rubriek van The New York Times en tachtig andere feeds sla ik over. In zulke situaties vertrouw ik erop dat “mijn bloggers” me wel zullen wijzen op stukken die ik niet mag missen. Dat gaat meestal wel goed, maar de onzekerheid knaagt.

Slimmer filter

Er moet een slimmer filter mogelijk zijn dan het nog te lompe gereedschap van reader en alerts. Ik zou een lerend systeem willen hebben, dat rekening houdt met wat ik eerder las, met waar ik eerder naar zocht, welke bloggers ik altijd lees en welke ik vaker oversla. En ik zou – intelligenter dan Google het nu al doet – gewezen willen worden op sites en blogs die ik eigenlijk niet zou mogen missen.

Behalve slimmere filters denk ik dat de al jaren oude trend van meer persoonlijkheden in het nieuws – anchormen, columnisten, bloggers – nog verder zal doorzetten. Het is niet toevallig dat ook kwaliteitskranten steeds vaker foto’s van prominente auteurs afdrukken – vroeger was dat “niet chique”. Het oude concept van de “auteurskrant” komt terug, anders en sterker (zoals ik ook denk dat de gemiddelde lengte van verhalen zal toenemen: lang is het nieuwe kort, zeg maar).

De associatie van nieuwsmerken met vertrouwen is goeddeels stuk (al is ze onverwoestbaar bij de wat oudere consument). Steeds meer en steeds directer – en daardoor steeds vluchtiger, denk ik, wordt een reputatie gevormd door wat consumenten gezamenlijk vinden. Let wel: niet van het merk, niet van de NRC, maar van dat laatste stuk over DSB of die laatste column van Bas Heijne. Die instant reputatie is vandaag van waarde, maar morgen al weer verwaterd.

Marketeers worden knettergek van die wispelturigheid – de vluchtige consument is al bijna zo oud als de zwevende kiezer. Er moeten in andere branches strategieën bedacht zijn als antwoord; goede kans dat de pers daar nog wat van kan leren. Zonder enig twijfel hebben we het dan over transparantie en accountability, over interactiviteit en betrokkenheid, over een journalistiek die luistert naar de lezer en kijker, zonder hem en haar naar de mond te praten.

[Dit is het vierde deel van een serie posts over journalistiek en vertrouwen. Later deel V: digitaal vertrouwen]

Reacties zijn gesloten.