The New York Times gaat uit print – ooit

De papieren editie van The New York Times gaat verdwijnen. Voor het eerst is het geen doemdenkende mediacriticus die dit beweert, maar de eigenaar zelf, Arthur Ochs Sulzberger. Helemaal serieus was hij niet. Sulzberger wilde slechts aangeven hoe zinloos en lastig het is te voorspellen wanneer gedrukte kranten zullen ophouden te bestaan – maar toch.

De relativerende opmerking van Sulzberger, lid van de familie die de Times al sinds 1896 in bezit heeft, markeert een overgang in het denken van oude media over nieuwe media. Voor het eerst is de papieren krant geen vanzelfsprekend doel meer, geen conditio sine qua non. Dat is schokkend, maar het lucht ook op. Het schept ruimte voor radicale, nietsontziende innovatie.

Oude media zijn notoir slecht in vernieuwing, net als de kerk en – vermoed ik – de sociale wetenschappen. Dat conservatisme is goed bedoeld en zal wel ingebakken zitten in bedrijfstakken die het moeten hebben van collectief denkwerk, sectoren dus waar het product eerder bestaat uit “brainstuff”, uit hersenspul, dan uit “hardware” (een auto, een brood).

De manier waarop een krant wordt gemaakt, of überhaupt journalistiek wordt bedreven, kun je niet zo eenvoudig veranderen omdat je dan vooral mensen moet veranderen. Dat geldt bij media en de kerk dubbelop: ook de afnemers zijn conservatief. Hun consumptiepatroon ligt verankerd in rituelen (de krant bij het ontbijt, de zondagochtenddienst). Die zijn belangrijk omdat ze onveranderlijk zijn.

De rem eraf

De afgelopen jaren zijn mediabedrijven niettemin gaan innoveren. Ze bedachten nieuwe papieren producten (Next, De Pers). Soms probeerden ze crossmediale journalistiek uit (Hart en Ziel). Ze begonnen over hyperlokale burgerjournalistiek na te denken (De Telegraaf), richtten een platform voor reacties in (The Guardian) en experimenteerden met bewegend beeld (bijna iedereen).

De terloopse opmerking van Sulzberger zal als een katalysator werken. Dat is ook pijnlijk. Want de Newyorkse uitgever slaat de hoop weg bij journalisten die dachten dat er ooit een eind moest komen aan die dalende oplages, dat er ergens een bodem zou worden bereikt. Er is, erkent Sulzberger, geen garantie dat de papieren krant zal blijven bestaan, eerder integendeel. De enige hoop die rest is dat het nog heel lang gaat duren.

Met zijn toespraak in Londen wilde Sulzberger kennelijk de ramen opengooien. Innovatie is gedoemd te mislukken als de vernieuwing zelf niet mag falen. De uitgever verwees naar de eerdere poging van The New York Times om content betaald aan te bieden (Select). Die strandde in 2007, omdat met advertenties bij gratis nieuws nog meer te verdienen viel dan met betaald nieuws.

Het grote voordeel van innovatie op internet, zei Sulzberger, is dat de kosten van veranderen laag zijn. Terugkomen op een eerdere strategie hoeft geen falen te zijn, maar duidt op een bereidheid te leren. Volgend jaar gaat The New York Times opnieuw achter een betaalhek. Een beperkt aantal artikelen zal gratis te lezen zijn, veelgebruikers moeten gaan betalen. Editors Weblog:

Our pursuit of the pay model is a step in the right direction for us,” Sulzberger said. “We believe that serious media organisations must start to collect additional revenue from their readers,” and “information is less and less yearning to be free.” Readers are becoming increasingly willing to buy information on the web if it enhances their lives, he said.