De oorverdovende stilte bij de Vlaamse Code

24 oktober 2010 Geen categorie 4

Wat het meest opvalt bij de Vlaamse Code voor de Journalistiek: de oorverdovende stilte die erop volgde. Op websites vind je hooguit het bericht dat de 2500 Vlaamse beroepsjournalisten sinds 12 oktober een nieuwe ethische code hebben, maar geen spoor van heftig debat. Terwijl er toch tenminste één controversieel aspect aan die Code kleeft.

Anders dan de Nederlandse Leidraad kent de Vlaamse Code een “gewetensclausule”. Die komt erop neer dat een journalist een opdracht mag weigeren als die niet “ethisch” is. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn als zijn uitgever hem opdraagt een vriendelijk stuk te schrijven over de nering van een grote adverteerder.

Onafhankelijkheid staat voorop. Dat is in Nederland niet anders, maar de verhouding tussen journalisten en hun uitgevers is bij ons primair geregeld in redactiestatuten. In België is de onafhankelijke positie van journalisten wat minder stevig verankerd, de uitgever is nog een meneer-in-driedelig die zeggenschap claimt over de redactionele koers.

Perssteun

Des te opmerkelijker is wat de Vlaamse minister van Media Ingrid Lieten zei bij publicatie van de nieuwe Code. De Standaard:

“Lieten zei te geloven in zelfregulering ‘zonder politieke inmenging’, maar ze houdt wel een stok achter de deur. De subsidies die haar departement aan de pers toekent, zijn voortaan afhankelijk van de voorwaarde ‘dat het mediabedrijf de Raad voor de Journalistiek erkent en de nieuwe code effectief ter harte neemt’.”

Uitspraken van de Vlaamse Raad voor de Journalistiek krijgen hierdoor meer gewicht. Een veroordeling kan subsidie kosten.

Nog wezenlijker lijkt me dat de Vlaamse Code nu samen met de minister een schuttinkje optrekt rond de beroepsjournalistiek. De nieuwe Code was nodig geworden omdat oude regels – de laatste code dateerde van 1982 – en richtlijnen onvoldoende rekening hielden met de opmars van het beeld en met internet. Maar de nieuwe Code bevestigt eerder – stel ik aarzelend vast – de positie van oude media dan dat ze nieuwe omarmt.

Reacties

Dat blijkt bijvoorbeeld uit de norm voor “reaguurders”. Waar de Nederlandse norm in de Code van het Genootschap van Hoofdredacteuren en de Leidraad van de Raad rekening houdt met de praktijk van internet (een vloed van anonieme reacties die niet vooraf gecontroleerd kunnen worden), stelt de Vlaamse Code dat een redactie per se verantwoordelijk blijft voor comments, die uiteraard alleen bij hoge uitzondering anoniem mogen zijn, terwijl “de redactie alleszins over de identiteitsgegevens van de inzender moet beschikken”. Op mij komt dit alleszins wereldvreemd over.

Heel veel andere grote verschillen tussen de Vlaamse en Nederlandse ethiek zijn er op het eerste gezicht niet. De Vlaamse Code, een “grondwet voor de journalistiek” (sic) die is goedgekeurd door journalisten en uitgevers, lijkt wat dwingender dan de normen van de Nederlandse Raad voor de Journalistiek, die niet voor niets liever van een Leidraad spreekt. Dat klinkt al minder verplichtend.

Een fijn verschil in formulering is te vinden in de normen die met stigmatisering te maken hebben. In Nederland melden we – zegt de Raad – etnische afkomst, ras, religie of seksuele geaardheid alleen als het nodig is om de context van een nieuwsbericht te begrijpen. Bij een verhaal over eerwraak, bijvoorbeeld, kun je niet zonder die culturele achtergrondinformatie.

De Vlaamse norm is wat ruimer. De journalist daar mag volgens de nieuwe Code etniciteit, huidskleur en seksuele geaardheid vermelden, maar “vermijdt stereotypering, veralgemening en overdrijving, en zet niet aan tot discriminatie”. Geen “nee, tenzij”, maar een “ja, mits”, dus. Opvallend is dat “religie” hier niet wordt genoemd, terwijl juist dat – de islamisering, nietwaar – de samenleving bezig houdt.

Loyaal wederwoord

Codefetisjisten zoeken het verder in de details. Waar Nederlanders “wederhoor” plegen, geven Vlamingen “wederwoord” – ik weet nog niet wat beter klinkt. Waar wij royaal of ruimhartig een fout rechtzetten, doen zij dat “loyaal” – wat mij maar raar in de oren klinkt. En de Vlaamse norm dat een journalist geen plagiaat pleegt, zul je in de Nederlandse codes niet vinden, misschien omdat het te vanzelfsprekend is, of vastligt in de Auteurswet.

Tenslotte nog dit. De Vlaamse Code is opgesteld door een commissie onder aanvoering van Wim Criel, uitgever bij Roularta en vooraanstaand lid van de Vlaamse Raad voor de Journalistiek. In een interview met Knack – waarvan hij zelf uitgever is – legt Criel uit dat ethiek geen “smaak” mag hebben, geen moreel uitgangspunt. “In tegenstelling tot de Nederlandse Raad voor de Journalistiek nemen wij geen morele standpunten in.”

Die boutade lijkt mij een mooi uitgangspunt voor een Vlaams-Nederlands debat over ethische codes. Na de stilte die volgde op de publicatie van de Vlaamse Code (net als op de Nederlandse trouwens) kan een beetje rumoer geen kwaad.

Reacties zijn gesloten.