De geheimen en wikileaks

Wat Wikileaks ook aantoont, naast enkele grote en veel kleine schandalen, is dat de samenleving nu anders met geheimen omgaat dan nog maar tien jaar geleden. Krampachtiger, paradoxaler en soms een beetje dom.

We hebben ons vrolijk  in de beloftes van de digitale revolutie gestort, opgepookt door cybermanifesten en hackers van wie je kon aannemen dat ze ofwel deugden, ofwel politieke onbenullen waren.

En nu ontdekken we dat het wringt. Dat er grenzen zijn waarover je niet te makkelijk moet heenstappen. Dat absolute transparantie zich niet helemaal vanzelfsprekend voegt naar privacywensen, zoals het opgeven van elke privacy – toch een illusie, volgens sommigen – ook niet lekker voelt.

Dit is wat er onder veel meer door mijn hoofd zoemt nu ik werk aan een lezing voor Studium Generale, komende woensdag aan de RUG in Groningen. Hamvraag is of Julian Assange een held of een boef is. Verkeerde hamvraag, luidt mijn voorlopige antwoord.

Veel belangrijker en minstens even genant als de cables van Assange, laat staan als de man zelf, is de impact van Wikileaks op onze omgang met geheimen. Of misschien – denk ik hardop en heel transparant – nog lastiger: niet de impact, maar de illustratie; Wikileaks laat iets zien over ons dat we ons nog niet realiseerden.

Wat dat is?

Dat vrijheid van meningsuiting niet ongeclausuleerd is (en dat wisten we natuurlijk al), maar in een vrije netwerkomgeving misschien wel meer behoefte heeft aan checkes & balances dan voorheen.

Dat een roep om een transparante overheid aan geloofwaardigheid verliest als die komt van een partij die zich – noodgedwongen, dat kan – verschuilt achter encryptie en mist.

Dat we niet zonder geheimen kunnen. Zoals we ook niet zonder macht kunnen. Of zonder geld. Of zonder geweld. En dat is – vijftig jaar na de vorige culturele revolutie – geen prettige gewaarwording.

Reacties zijn gesloten.