De burger is te dom, vindt Martin Sommer

5 februari 2011 Geen categorie 0

Het is maar goed dat er politici zijn, en journalisten, want de burger zelf redt het niet. Te dom, te kortzichtig, vindt politiek commentator Martin Sommer vandaag in de Volkskrant. “Voor de zegeningen van de permanente basisdemocratie hoef je maar even te kijken naar het gescheld op het internet.”

“Zoals burgerjournalistiek geen journalistiek is, is burgerpolitiek geen politiek,” schrijft Sommer. Kiezers moeten meer te vertellen krijgen, vindt hij, maar alleen over onderwerpen die hen direct aangaan. Je hebt beroepspolitici nodig om pakweg over de NAVO iets verstandigs te vinden.

In zijn column markeert Sommer en passant zijn eigen positie als journalist. Het is maar goed dat er beroepsjournalisten zijn, is de implicatie, want zonder die professionals wordt het een rommeltje in het nieuws en houden we alleen het redeloze gekakel op internet over.

Territoriumdrift

Sommer overschat zijn beroepsgroep, doet amateurjournalisten een beetje tekort en bezondigt zich aan een simplificatie die meer is dan de hyperbolische stijlfiguur van een columnist. De territoriumdrift klinkt erin door: ga weg, bemoei je niet met mij, ik heb meer verstand van het nieuws dan jij.

Die krampachtig defensieve houding is niet wijs. Zoals huisartsen zich geen hautaine houding meer kunnen veroorloven tegenover assertieve, zelf-googelende patiënten, maar betere dokters moeten worden, zo moeten journalisten zich iets aantrekken van de kritiek van lezers en die lezers bij hun werk betrekken. Daar wordt de journalistiek beter van.

Onhandig is Sommer als hij burgerjournalistiek categorisch tegenover professionele journalistiek plaatst. Niet omdat er geen verschil te benoemen zou zijn: beroepsjournalisten zijn meestal beter opgeleid, hebben meer privileges die hun werk mogelijk maken, en werken meestal met een redactie die systematische checks garandeert.

Maar het is onhandig burgerjournalistiek zo als categorie weg te zetten, omdat er een rijk schemergebied is met nogal veel uitzonderingen. Columnisten die ongetraind als verslaggever werken (Martin Bril was een goed voorbeeld), wetenschappers die over hun eigen vakgebied prachtig kunnen schrijven, bloggers die behoorlijk volhardend het nieuws in hun eigen stad volgen en van commentaar voorzien.

Een daad

Burgerjournalistiek is een volstrekt onbruikbare term. Hij suggereert een tegenstelling die er even vaak niet is als wel. En hij creeert afstand tussen de journalist en zijn lezers, precies zoals Martin Sommer ook een kloof signaleert tussen politici en kiezer (en die kloof graag in stand wil houden).

Ik vind dat journalistiek niet beoordeeld moet worden aan de hand van de status van de journalist (is hij een pro, verdient hij zijn brood ermee, werkt hij voor een groot medium), maar per geval, per artikel, per uitzending. Journalistiek is een daad, geen voorrecht.

En verwijt me nou niet dat ik me bezondig aan cyberutopisme. Ik relativeer mijn vak niet stuk, noch de beroepsgroep. Sterker: dezelfde normen waarmee ik probeer te bepalen of iets goede dan wel slechte journalistiek is, gebruik ik om pakweg bloggers uit te leggen wat ze van de beroepsjournalistiek zouden kunnen leren (zoals ik omgekeerd aan collega-journalisten uitleg wat ze kunnen opsteken van de ethiek van bloggers).

Wat me het meest stoort in het debat over burgerjournalistiek: de onverzoenlijkheid, het chagrijn en het absolute gelijk – van beide partijen wel te verstaan (want op internet wordt inderdaad geregeld gehakt gemaakt van de reguliere journalistiek). Het schiet zo weinig op.