Wat is nieuws nog?

Het was tegen drie uur op een dinsdagmiddag toen internet en het nieuws meer dan ooit voor elkaar gemaakt leken. We zagen op televisie hoe passagiersvliegtuigen zich te pletter vlogen tegen de torens van het WTC in New York en begonnen op nieuwssites verslag te doen. Van CNN tot The New York Times, van The Guardian tot de Volkskrant.

Dat moment was een omslagmoment. Eerst en vooral uiteraard voor de mondiale politiek, maar bij wat later inzien ook voor Het Nieuws. Nieuws zou nooit meer hetzelfde zijn. Voortaan zou nieuws onmiddellijk zijn. En multimediaal: het zou tekst en foto’s en slideshows en audio en video bevatten. En ook voorzagen we een grote toekomst voor bewegende flash-graphics.

Niet dat Het Nieuws pas definitief van karakter begon te veranderen met 9/11. Het idee dat journalistiek online meer zou kunnen zijn dan tekst en foto’s, meer dan een krant dus, en meer dan tv, is al zo oud als de eerste grafische browser (Mosaic, 1993). Maar als ik een dag zou moeten noemen waarop dat concept van een nieuw soort nieuws versneld en onverbiddellijk tot de journalistiek doordrong, dan is het die dinsdagmiddag.

Alles leek mogelijk, in het etmaal na de aanslagen, toen we bij de Volkskrant voor vijftienhonderd euro een flash-animatie kochten van El Pais: Boeing ramt WTC-toren. De Spaanse collega’s hadden er een Madridse toren in gemonteerd om te laten zien hoe veel hoger het wereldhandelscentrum in New York was.

Mijn collega Bas Broekhuizen verving dat torentje voor de Euromast. Achteraf was het filmpje onbedaarlijk lullig – toen was het bijna sensationeel.