Dertien lessen over het nieuws

3 april 2011 Geen categorie 2

Wat de journalistiek bedreigt is irrelevantie. Journalisten verliezen hun publiek, en vervolgens hun baan, en als ze niet uitkijken uiteindelijk ook hun professie. Want het is de journalistiek zelf, het vak meer nog dan de beroepsgroep, die langzaam wegkwijnt, steeds minder van waarde wordt, en uiteindelijk aan verleuking en uitslagenrijtjes ten onder zal gaan.

Ik roep dat nu een jaar of tien en het wordt me niet altijd in dank afgenomen, al sinds het venijnige antwoord van Henk Hofland in NRC Handelsblad op mijn de-krant-verdwijnt-artikel in de Volkskrant. Te pessimistisch, te veel een internetprofeet, te arbeideristisch – terwijl ik hooguit de stofnesten van de behaaglijke inertie een beetje wilde opschudden.

Wat is de kern? De journalistiek die ertoe doet voor de samenleving, de “systeempers” heb ik haar genoemd, kwijnt weg. Dat is slecht voor de democratie. Entertainment-, sport- en human interest-journalistiek redden zichzelf wel, maar andere “rubrieken” worden gemarginaliseerd; kijk ten bewijze naar grote regionale kranten in de VS die stijf staan van de crime-berichtgeving en hun correspondentennetwerken hebben opgedoekt.

De oorzaak is simpel. De “systeempers” is al honderd jaar gegrondvest op krantennieuws. Niet dat radio en tv er niet toe doen, maar de ruggegraat van het nieuws ligt bij de dagbladen. En die hebben te maken met ontlezing: al vijftig jaar lezen opeenvolgende generaties minder, welk proces is versneld door de opmars van (commerciële) tv en internet.

Die langzame trend van ontlezing veroorzaakte een sluipend verlies aan marktaandeel voor kranten, en een teruglopende omzet (die werd gecorrigeerd met prijsverhogingen en rationalisaties). Veel ingrijpender was echter het effect van digitalisering en internet: veel van wat de systeempers steeds duurder probeerde te verkopen, was ineens in overvloed en gratis te krijgen. Het nieuws lag op straat.

Achteraf zijn daarbij de sleutelwoorden “ontbundeling” en “versplintering” bedacht. Het nieuws heeft niet langer de bundel – de krant, het journaal – nodig om aan de man te kunnen worden gebracht. En de massa waaruit voorheen een groot, zwijgzaam en gezeglijk “publiek” kon worden gedestilleerd voor elke krant, elk tijdschrift en elk tv-programma -, die massa is versplinterd, uiteen gevallen in duizend-en-één Facebook-groepen.

Welke lessen heb ik de afgelopen tien jaar geleerd? Laat me, in de lange, lange aanloop naar een volgend boek (Breaking News, over de crisis in de journalistiek), eens kijken of ik er dertien kan benoemen. Dat is een kleine greep: voor dat boek heb ik al eens een lijstje gemaakt van de oneliners, open deuren en invallen die ik tijdens lezingen gebruik; het zijn er meer dan honderdvijftig.

[morgen deel 1: De ontleding van de krant]

Reacties zijn gesloten.