Dertien lessen (4): de lekenpers

7 april 2011 Geen categorie 0

Als artsen en priesters het over “de lekenpers” hebben, bedoelen ze de klassieke krantenjournalistiek. Zonder al te smalende bijbedoelingen overigens: de lekenpers is nu eenmaal iets anders dan de vakpers. Een specialist in “de mens”, of het nou om zijn ziel gaat of om zijn botten, weet meer dan een aardse verslaggever. Dat wil zeggen: de vakman weet veel over weinig, de lekenjournalist meestal weinig van veel.

Nieuw is dat er de afgelopen tien jaar een nieuwe lekenjournalist is opgestaan, die nog meer leek is dan de gewone journalist. We zijn hem burgerjournalist gaan noemen, maar dat is een problematische aanduiding.

De term suggereert dat de burgerjournalist van een andere, lagere orde is als de journalist die in loondienst is van een klassiek massamedium. Terwijl die twee criteria – loondienst, massamedia – nou juist in tijden van internet minder het verschil maken.

Burgerjournalistiek – ook wel aangeduid als user generated content – leek een tijdlang het perpetuum mobile van de oude media. Zonder dat ze er loon voor vroegen zouden burgers nieuws aandragen, in beeld en tekst. Gratis en voor niets. Elke Nederlander loopt immers met een telefoon-met-camera rond. En dus is er altijd wel een burgerjournalist die met zijn neus op het nieuws staat. Inmiddels weten we beter.

Verdienmodel

Ik geloof niet in het verdienmodel onder die burgerjournalistiek. Te weinig niet-professionele journalisten willen doen wat journalisten gewoonlijk doen: dag in dag uit breed nieuws brengen voor een algemeen publiek.

Wel geloof ik in de betrokkenheid van “burgers” bij journalistiek: lezers weten samen vaak meer dan een goed ingevoerde verslaggever (zei Dan Gillmor al). Die kennis mobiliseren is een van de grootste uitdagingen van de moderne journalistiek.

Maar dan hebben we het nog steeds over klassieke journalistiek; daarvoor zal burgerjournalistiek of hoe je het ook noemt nooit een substituut zijn. Omdat er geen bestendigheid in zit, geen routine, geen massa. Heel anders zit het met – wat ik nu maar noem – lekenjournalistiek in de nieuwe betekenis.

Internet gaat – omdat informatie digitaal is en connecties belangrijker dan bereik – meer over kleine groepen dan over massa, en meer over tijdelijke topics dan over steady algemeen nieuws. Nu al worden kleine, voortdurend wisselende groepen (fans, patenten, buurtgenoten) beter door lekenjournalisten geïnformeerd dan hun krant ooit zal kunnen.

Samen vormen de leden van die groepen, zowel degenen die informatie aandragen als de lezers, zowel de posters als de lurkers, de nieuwe lekenpers. Dat die pers aandacht, eyeballs of leestijd wegtrekt bij de klassieke media, is evident. Het zou me niet verbazen als er ook een verdienmodel voor te vinden is en nog minder als dat model Facebook blijkt te heten.

[Dit is het vierde deel van een serie. Hier de inleiding]