Dertien lessen (7): Het pragmatisme van snel nieuws

10 april 2011 Geen categorie 0

Noem het onbekommerd pragmatisme. Of intellectuele lenigheid. Of voortschrijdend inzicht. Noem het desnoods innovatie. Maar accepteer eindelijk eens dat de snelheid van het nieuws niet langer door nieuwsmakers wordt bepaald, maar door afnemers. Een neerstortende Boeing is nieuws voordat de pers de eerste headline heeft geschreven.

Krantenmakers overschatten de waarde van hun nieuws en onderschatten de “rituele” waarde van de krant. Dat papieren ding, de mok koffie ernaast om kwart over zeven, maar ook het gevoel dat je ergens bijhoort als je jezelf een NRC-lezer noemt, en de vanzelfsprekendheid waarmee je aanneemt dat je weer ongeveer weet wat er speelt bij jou in de buurt – het is allemaal “rituele” waarde.

Meer dan de helft van wat een abonnee betaalt voor zijn krant is te herleiden tot die “rituele” waarde. Heeft niets met nieuws te maken. Vermoed ik. Dat nieuws doet er uiteraard toe, maar minder dan we denken. Dat komt doordat het aanbod zo verschrikkelijk groot geworden is, en groter naar mate het nieuws “algemener” is, minder specialistisch.

“Algemeen” nieuws is wat ons het eerste te binnen schiet als we het hebben over “het nieuws”. Grote gebeurtenissen die zojuist of de afgelopen dag plaats vonden. Vliegtuigongeluk. Hillen schrapt miljard op defensie. Schietpartij in Alphen. Het is nieuws dat bijna iedereen onmiddellijk wil weten, en dus zou het nieuws van grote waarde moeten zijn.

De werkelijkheid is natuurlijk sinds internet andersom. Omdat iedereen het wil weten, én omdat iedereen het kan rondvertellen (of zelfs als eerste het nieuws kan maken, via twitter bijvoorbeeld), neemt de financiële waarde van dat “algemene” nieuws heel snel af. Van het ene op het andere moment is het op duizenden plaatsen op het web te vinden.

Dogmatisme

De grootste fout die kranten nog steeds maken is hun hardnekkige dogmatisme. “Nieuws is gratis en dus zetten we alles uit de krant online.” Of tegenovergesteld: “Nieuws is niet gratis en dus richten we een betaalpoort op”. Hoewel ik ook wel snap dat beide concepten de charme van de eenvoud hebben, en dus goed over te brengen zouden moeten zijn bij consumenten en journalisten zelf, weet ik wel zeker dat ze geen van beide zullen renderen.

Dat ligt niet aan die betaalpoort (en daarom denk ik ook dat micropayments voor kranten niet het verschil gaan maken, hoewel ze wel belangrijk zijn). Het ligt vooral aan de rigide, ouderwetse definitie van nieuws. Buiten zijn verpakking – de krant – heeft dat nieuws een heel andere waarde, en hele andere kenmerken. En het belangrijkste: er blijken ineens heel veel soorten nieuws te zijn met elk weer andere eigenschappen.

Voor de hand liggend: binnenlands en buitenlands nieuws (en andere rubrieken), of human interest versus institutioneel nieuws, of breaking news versus achtergrondnieuws, of reportages naast interviews (en andere genres), of politiek versus entertainmentnieuws, et cetera. Al die soorten nieuws hebben hun eigen waardeverloop zodra ze buiten de verpakking van de krant op eigen benen moeten staan.

Snel en langzaam

Voor uitgevers en journalisten is er bijna geen reden te bedenken waarom ze hun nieuws op internet net zo zouden moeten verkopen (of weggeven) als in de krant. Veel meer en simpeler dan in print kun je op internet diversificeren: het ene nieuws is duur, het andere goedkoop. Sterker nog: je kunt rekening houden met waar de klant het koopt, wanneer hij het koopt, en wie hij is. We zouden kunnen beginnen met de snelheid van nieuws.

Als minister Hans Hillen in Nieuwspoort een persconferentie geeft over de bezuiningen op defensie, in aanwezigheid van de hele vaderlandse pers, hoor ik via de site van RTL de verslaggever van Dagblad van het Noorden twee goeie vragen stellen. En Hillen antwoorden. Het nieuws is sneller dan de verslaggever, wiens uitstekende nieuwsverhaal twaalf uur later in mijn krant staat.

Omdat veruit de meeste inwoners van Drenthe en Groningen niet naar RTL hebben gekeken, behoudt het stuk in de krant zijn waarde. Het beantwoordt vragen die leven in – vooral – Drenthe waar het personeel van twee kazernes en hun gezinnen worden getroffen door de sanering. Even langzaam en voortreffelijk zijn de reporages die twee andere verslaggevers in die kazernes maakten.

Nog langzamer is het achtergrondverhaal van de GPD-verslaggever die opschreef welk leger Nederland eigenlijk nodig heeft, of over houdt. Het heeft Dagblad van het Noorden niet gehaald. Geen ruimte, andere prioriteiten. En het komt ongetwijfeld in een andere vorm op een andere dag nog eens langs. Inzicht en duiding heeft – in dit geval – minder haast.

Elk verhaal heeft zijn eigen tempo. Elke nieuwsstroom heeft zijn eigen dynamiek. Daarom denk ik dat het nieuwe model van The New York Times al veel meer kans heeft dan dat van The Times of London. Bij de eerste bepaalt de consument wat hij voor welk artikel over heeft, bij de tweede dicteert de uitgever dat hij moet betalen voor een verpakking die zijn relevantie kwijt is.

[Dit is deel zeven van een serie. Hier de inleiding]