Dertien lessen (8): de snelheid van nieuws

Als we accepteren dat ontbundeld nieuws zijn eigen, steeds wisselende snelheid heeft en per geval zijn eigen dynamiek, als we ook aanvaarden dat die snelheid meer bepaald wordt door de consument dan door uitgevers en journalisten, wat betekent dat dan? Hoe verdienen we aan nieuws?

Hoewel ik vaak roep dat nieuws op internet gratis is, snap ik ook wel dat die stelling nieuwsmakers tegen de borst stuit. Het is net alsof ik het werk van journalisten waardeloos vind en geen oog heb voor het feit dat de afgelopen tien jaar al een op de vier Nederlandse dagbladjournalisten zijn baan kwijt geraakt is door dat gratis nieuws.

Het tegendeel is waar. Het maken van nieuws heeft grote waarde. Journalisten zijn tegenwoordig hoog opgeleide professionals die hun loon meer dan waard zijn. Bovendien zijn ze van grote betekenis voor de democratie die nu eenmaal niet goed draait zonder een journalistiek die informeert, agendeert en controleert.

Maar dat neemt niet weg dat de “straatwaarde” van nieuws sinds internet wordt bepaald door de consument, waar vroeger de uitgever kon dicteren welke prijs hij vroeg. Die uitgever was de facto monopolist, en werd niet bedreigd door nieuwe concurrenten omdat die zich de aanschaf van een pers en een distributiesysteem niet konden veroorloven.

Nieuwe markt

Leer te leven met een nieuwe markt voor nieuws. En vraag je af waar de toegevoegde waarde zit van – om te beginnen, later meer hierover – een reguliere nieuwssite als vk.nl of dvhn.nl. Redeneer niet vanuit vrees voor kannibalisme op print, niet vanuit je rol als journalist als uitgever, maar kies het perspectief van de consument.

Op de nieuwe online markt voor nieuws telt niet langer de prijs van een bundel nieuws – de krant, of zelfs een abonnement op die krant – maar de gepercipieerde waarde van Het Verhaal. Dat verhaal kan een regel teletekst zijn (“Nieuwe aardschok in Japan”), een reeks korte berichten met een alert-functie (“alles over de defensiebezuinigingen”), een column van Sylvia Witteman (ik ben trouw aan mijn voorbeelden), of een achtergrondanalyse over de toestand in Noord-Afrika.

Er zijn nog veel meer parameters die de gepercipieerde waarde van een Verhaal beïnvloeden. Is het alleen tekst of is er ook bewegend beeld? Is de afzender de enige partij die het kan vertellen (“exclusief”) of alleen de eerste; in het laatste geval – denk aan de jaarcijfers van een beursgenoteerd bedrijf – kan sprake zijn van hoge waarde die in een oogwenk verdampt.

Omdat we het over online verhalen hebben, en dus over een mobiele markt, zijn er nog innovatievere parameters. “Weet” Het Verhaal waar ik, de consument, mij bevind (de gebeurtenissen in Alphen aan den Rijn hebben als “nieuws” evident meer waarde voor een bezoeker van het winkelcentrum daar dan voor wie in Amsterdam op straat loopt). En een andere: kan ik Het Verhaal delen via sociale netwerken als Facebook?

Nieuwssite

Voor een doorsnee nieuwssite is de wereld aan het veranderen. De opmars van de iPhone en iPad laten zien dat niet al het nieuws gratis hoeft te zijn, en dat er wel degelijk enige betalingsbereidheid is onder consumenten (al is het een open vraag hoe groot die is). Naar mate we slimmer omgaan met ontbundeld nieuws zullen we ontdekken dat er klanten te vinden zijn voor sommige verhalen, zij het nooit in de massa waaraan we met print gewend waren.

Het heeft geen zin alle content uit de krant achter een betaalhek te zetten, omdat de gepercipieerde waarde – wat heb ik ervoor over – in veel gevallen heel laag zal zijn (tendeert naar nul, zou Kevin Kelly zeggen). Tegelijkertijd is het dom alle content waarvan je kunt vermoeden dat die waarde laag is, op een vrij toegankelijke nieuwssite te plaatsen: bij consumenten kan het beeld ontstaan dat “alle” nieuws gratis is, terwijl je juist een subtieler idee wilt gebruiken.

Voor veel klassieke dagbladen (niet financiële kranten of sommige sportkranten) ligt de primaire betekenis van een nieuwssite in marketing. De site moet bevestigen dat het merk achter de krant ergens voor staat: nieuws van waarde. Dat dwingt natuurlijk ook omdat een nieuwsorganisatie zonder nieuwssite niet meer van deze tijd is. Je houdt misschien je bestaande publiek, maar voor nieuwere generaties wordt je even irrelevant als een faxmachine of cassetterecorder.

Op een dagbladsite laat je zien dat je modern bent, dat je nieuwsgierig bent, open staat voor interactie met lezers, en tussen lezers, en breng je “snel nieuws” zodra het ontstaat, en nog eens als het zich ontwikkelt. Kort en bondig, verrijkt met links en verwijzend naar “langzaam nieuws” dat betaald kan worden aangeboden. Dit betekent ook dat je heel veel niet doet. In elk geval is een vrij toegankelijke nieuwssite geen krant.