De instant roem van moordenaars

17 april 2011 Geen categorie 0

Nog een keer over het noemen van volledige namen in een zaak als de Alphense schietpartij. Ik heb eerder gezegd dat het geen zin heeft de naam van de dader af te korten tot Van der V. als iedereen dankzij tv en internet al weet hoe hij heet. Zo principieel zijn wordt dan potsierlijk, zei ik Rob Wijnberg van NRC Next na. Maar het is nog wat complexer.

In de krant van zaterdag legt NRC ombudsman Sjoerd de Jong uit dat ze binnen NRCNext en “de grote” NRC – tenminste een duidelijke lijn moeten kiezen. Twee kranten, een stijlboek.

Hoewel ik onmiddellijk aanvaard dat je er als verslaggever wat schizofreen van kunt worden als NRC en Next een eigen lijn kiezen in dit soort kwesties, lijkt me die ene lijn net zo schizofreen: alsof Wijnberg een kloon van Peter Vandermeersch is en niet zelfstandig mag denken, en wat belangrijker is: alsof er geen verschil bestaat tussen beide titels. Je zou toch denken dat Next zijn succes aan dat onderscheid te danken heeft, en aan lezers die juist iets anders denken dan wat de oude NRC-lezers vonden.

Potsierlijk

Maar dat terzijde. Interessant is het element dat ombudsman Sjoerd de Jong inbrengt in de discussie over de “initialenregel”: de pers beschermt de privacy van (familie van) verdachten, veroordeelden en slachtoffers door geen volledige namen te noemen, tenzij die persoon zodanig algemeen bekend is dat het weglaten van de volledige naam geen doel meer dient en potsierlijk wordt.

NRC zit op de nog meer principiële lijn: het maakt niet uit wat andere media doen, wij houden ons aan het beginsel dat we geen namen noemen van verdachten (over slachtoffers heeft De Jong het in dit stukje niet). Belangrijk daarbij is dat verdachten die door Justitie op de korrel zijn genomen, niet nog verder mogen worden geschaad. NRC, zegt De Jong, wil geen verlengstuk van Justitie zijn).

NRC aarzelt ook, overigens. Zowel de redacties als de lezers zijn verdeeld. Daaronder zit, realiseerde ik mij toen ik De Jongs stuk las, een kwestie van identiteit. “Redacteuren die aan initialen willen vasthouden zeggen: de regel hoort bij de signatuur van de krant. Afblijven dus, en andere media doen maar wat ze willen.”

Anachronisme

Dat principiële argument komt nog een keer terug als De Jong uiteen zet dat voorstanders van volledige namen vinden dat terughoudendheid een anachronisme is geworden. Wie of wat bescherm je er nog mee in het huidige mediatijdperk. De initialenregel is “hooguit symbolisch”. Waarna De Jong opmerkt: “dat is trouwens ook niet niks”.

Het dilemma over de initialenregel gaat veel minder over de feitelijke gevolgen voor verdachten, veroordeelden en slachtoffers dan over het zelfbeeld en imago van media. Dat is geen verwijt, hun imago (van betrouwbaarheid, betrokkenheid, progressieve of liberale beginselen, van nieuwsjagers) is hun kostbaarste bezit.

Maar daarover wat openhartiger en kritischer zijn, kan geen kwaad. Dan begrijp je ook beter waar de fijne nuance zit – die Sjoerd de Jong met zijn overigens heel heldere column toevoegt aan het debat – tussen instant roem en het bekende-nederlanderschap.

BN’ers

Wie voor zijn daad niet bekend was, maar met bijvoorbeeld een gruwelijke misdaad instant roem vergaard, verdient meer bescherming van zijn privacy dan degene die al een bekende Nederlander was. Ik snap dat wel: de BN’er heeft zich in deze redenering kunnen verzetten tegen de roem, en heeft er ook van geprofiteerd. Als het mis gaat, moet hij daarvan ook de negatieve gevolgen accepteren.

Maar in beide situaties, die van een BN’er of van Tristan van der Vlis, helpt het gebruik van initialen even weinig om de privacy van de daders te beschermen. Beide zijn bij het grote publiek even bekend, of in elk geval zodanig bekend dat zij of hun familie daarvan de nadelige effecten zullen moeten ondergaan.

Wat slecht voelt voor NRC is dat de krant in dat proces niet leidend is, maar moet reageren op media in de ogen van NRC minder zuivere principes hanteren, of nog erger: het internet. Maar ik blijf het lastig vinden dat NRC volgens ombudsman De Jong vindt dat BN’ers minder bescherming verdienen dan daders met instant fame. Als het evident niet effectief is, en eigenlijk alleen iets doet met het imago – symboolwaarde – van de krant, wie ben je als krant dan om dat onderscheid aan te brengen?