Dertien lessen (11): betrouwbaarheid loont straks weer

19 april 2011 Geen categorie 0

Betrouwbaarheid was, toen de pers nog zichzelf was en internet een nachtelijke hobby van nerds, een van de belangrijkste kwaliteiten van de journalistiek die ertoe wilde doen. Kwaliteitskranten waren op een vanzelfsprekende manier betrouwbaar, ook als ze dat feitelijk wel wat minder waren dan werd aangenomen, omdat ze dun bemand waren, trouw aan hun zuil, provinciaals en ook overigens niet zo goed als ze later zouden worden.

Het meest dwarse idee dat ik de afgelopen tien jaar heb gehad, de gedachte die het meest tegen mijn intuïtie in gaat, al was het maar omdat klassieke journalisten het zo graag willen horen dat je als profeet van de koude grond wel sceptisch moet zijn, is dat betrouwbaarheid weer waarde krijgt. Nieuws gaat verkopen. De journalistiek wordt gered.

Betrouwbaarheid, de reputatie van degelijkheid, is in tijden van internet geen erg gewild goedje. Andere dingen zijn belangrijker in de ogen van consumenten. Snelheid, interactiviteit, verwevenheid (hyperlinks!), mobiliteit, veelheid (“doe mij maar alle berichten dan bepaal ik zelf wel wie ik geloof”). En authenticiteit natuurlijk, die modegril van de jaren nul.

In een korte serie posts heb ik uitgelegd waarom ik denk dat dat weer zal veranderen. Na een jaar zie ik nog geen tekenen dat ik gelijk krijg, wat enigszins onrustbarend is, maar soit. Ik ga niet herhalen wat ik toen betoogde. Dit zijn de artikelen:

  1. Wie vertrouwt de journalist nog
  2. De mediamaslow
  3. Vertrouwen in de journalistiek blijft noodzakelijk
  4. Ik wil niks missen
  5. De morsige held en het digitaal vertrouwen