Het meisje bij de bushalte: twitter en de journalistieke ethiek

Moeten journalisten op twitter dezelfde normen hanteren als bij hun werk voor oude media? Ze worstelen met de vraag, schrijft de Volkskrant vandaag. Maar afgezien van Engeland, waar de Britse raad voor de journalistiek PCC van plan is tweets van journalisten ook journalistiek te noemen (goh, denk je dan), valt het wel mee met die worsteling.

Het wordt pas een worsteling als we gaan vergelijken. Zo groeg de Volkskrant aan nieuwemediadocent Bas Broekhuizen of je als journalist van twitter mag citeren, zonder de gebruiker op de hoogte te stellen. “Veel tweets zijn zichtbaar voor iedereen,” aldus de krant.

Onder de vraag ligt een nare suggestie: die tweets zijn niet voor de openbaarheid bedoeld, ze zijn per ongeluk zichtbaar voor iedereen. Dit is tegelijkertijd flauwekul en geen flauwekul. Tweets zijn door en door publiek, in die zin dat iedereen ze kan zien, niet alleen je directe volgers maar ook iedereen die toevallig over je bericht struikelt. Niet heel veel tweeps – twitteraars dus – zullen nog de illusie hebben dat hun bericht alleen te lezen is door vijf vrienden.

Micromedium

Het probleem zit ‘m niet, zoals de Volkskrant suggereert,  in de zichtbaarheid of openbaarheid van een tweet. Het zit in de betekenis van “iedereen”. Wie in de krant of op tv iets roept, doet dat in een massamedium. Wie op twitter iets post, gebruikt een “micromedium” – ik zoek nog naar een beter woord.

Dat twitter miljoenen gebruikers heeft, maakt het nog niet tot een met de klassieke media vergelijkbaar massamedium. Het zit anders. Twitter is beter te begrijpen, net als andere social media, als platform voor groepen die voortdurend van samenstelling wisselen, afhankelijk van waar het op dit moment in hun “nieuws” over gaat.

Omdat twitter een groepsmedium is dat vaak meer lijkt op een telefoongesprek met veel deelnemers dan op een krant die nieuws verspreidt aan honderdduizend lezers, voelt een tweet minder als een publieke boodschap. Vandaar dat Bas Broekhuizen in de Volkskrant deze metafoor hanteert:

“Vergelijk het met de situatie dat je bij een bushalte staat en een meisje hoort praten. Schrijf je het gewoon op of benader je haar en zeg je: ‘Ik ben journalist, kun je het nog een keer zeggen?’ Dit gaat over de richtlijn van het open vizier.”

Privacy is iets anders

De worsteling van het vergelijken. Natuurlijk zijn er wel overeenkomsten tussen het meisje bij de bushalte en een tweep, maar verschillen zijn er ook. Dat meisje zegt op straat iets tegen drie vriendinnen of tegen iemand aan de telefoon, niet met de minste intentie dat de rest van de wereld het ook kan horen, laat staan morgen of volgend jaar nog eens kan naluisteren.

Wie een tweet plaatst, weet denk ik dat privacy iets anders is. Ook als niet iedereen in de zin van een massapubliek de facto mee luistert of -leest, houdt je er als twitteraar rekening mee dat meer mensen je opmerking oppikken dan slechts enkele intimi. Het is een publieke boodschap, het is openbaarheid, but not as we knew it.

De vergelijking van Bas Broekhuizen – een goede vriend trouwens – gaat mank. Op zoek naar wat journalistiek ethisch zou moeten benadrukt hij te veel het element van schijnbare openbaarheid en beoogde privacy (dat meisje denkt te spreken tegen vrienden). Uiteraard zou het even onhandig zijn alle nadruk te leggen op het andere uiterste: dat tweets door de hele wereld gelezen kunnen worden, wil nog niet zeggen dat dat ook werkelijk gebeurt, laat staan dat ze zo bedoeld zijn.

Nieuwe publiekheid

Twitter creëert een nieuw soort “publiekheid”. Daarin maken we nieuwe journalistiek-ethische afwegingen. Die hangen onder meer af van de twitteraar: wie zich afficheert als journalist, kan erop rekenen dat zijn boodschap “publieker” is dan andere tweets. Een BN’er die iets roept op twitter, kan zich minder beroepen op privacy (“hij was alleen voor mijn vrienden bedoeld”) dan het meisje bij de bushalte.

Iets soortgelijks is aan de hand met hoor-en-wederhoor. Lijkt een tweet niet meer op een radiobericht dan op een artikel in de krant? Zonder deadline kun je makkelijk “de andere partij” straks of over een uur aan het woord laten (waarmee ik niet wil zeggen dat radiojournalisten altijd ongeverifieerd nieuws brengen).

Ik bedoel maar: de vergelijking van twitter met print gaat op dit punt even zeer mank als die met radio (want op twitter kun je iets terugroepen, bijvoorbeeld). Hanteren we op twitter – en bij uitbreiding: op internet – dus dezelfde journalistieke normen als in oude media? Ik mag het niet hopen.

Het is simplistisch de bestaande normen als een mal over nieuwe media te leggen, alsof je een hedendaags topmodel beoordeelt met het schoonheidsideaal van een 16e eeuwer. Laten we de journalistieke beginselen als fairheid en transparantie hanteren als inspiratiebron en daarna goed luisteren naar wat gebruikers van nieuwe media zelf als journalistieke normen hanteren en verwachten.

 

Reacties zijn gesloten.