Hypegeil van de Elfstedentocht

Geen hype zo hyper als de hype rond de Elfstedentocht. Een week lang opent bijkans elk journaal met het wak van Balk. TV-programma’s als DWDD en Pauw&Witteman laten elke journalistieke reserve vallen, in ruil voor de ‘het gevoel’. Mart Smeets knuffelt rayonhoofden. Kranten openen dagenlang met nieuws dat er niet is, en ook niet komt. Alleen zuurpruimen vinden dat het te bont wordt.

Punt is: we weten wel dat de Elfstedentocht een hype is, dat het nieuws groter is dan de werkelijkheid, dat we het samen nog wat verder oppompen en uiteindelijk met licht vertederde verbazing op die gekte zullen terugkijken, zoals nu naar het Polygoonjournaal van 1954. We herkennen de hype, maar houden er ook van. Hypes zijn leuk, hypes zijn goed, hypes verbinden. We zijn hypegeil.

De Elfstedentocht is doodgeleuterd, schreef columniste Nausicaa Marbe in de Volkskrant. De tocht is kapotgehypet, zeggen anderen. Het is een gotspe, hoorde ik notoire mediacritici als Jan Tromp zeggen, dat we ons allemaal drukker maken om de ijsdikte in de Luts dan om de tanks in Syrie. Het NOS Journaal opende met Balk, niet met beschietingen in Homs.

Allemaal waar. Van de andere kant: ik leg graag uit hoe aandoenlijk mooi de aankomst in Dokkum is, ‘s avonds laat, komend uit Bartlehiem (het stukje dat ik ooit mocht meeschaatsen, als participerend verslaggever). En mijn zoon, die zich 1997 amper herinnert, vertel ik geduldig waarom we niet alleen de wedstrijdrijders op pad kunnen sturen; het gaat juist om die duizenden die daarna komen.

De kracht van de Elfstedentocht is dat hij juist niet doorgaat, althans veel vaker niet dan wel. De charme van de tocht is dat we als land in de winter van 2012 de overtreffende trap ontdekken van journalistiek kluitjesvoetbal. We merken dat we niet alleen het nieuws hypen, maar ook bijna ongegeneerd opgewonden raken – denk aan Matthijs van Nieuwkerk – van de hype zelf. De Elfstedentocht kan daar tegen.