De prins en de pers

Prins Friso wordt wereldnieuws op vrijdagmiddag om 15.23 uur. Volgens Oostenrijkse media is een lid van het Koninklijk Huis bedolven door een lawine, meldt het persalarm. Minuten later krijgt premier Rutte de eerste vraag over een ski-ongeluk in Lech. Nog tijdens zijn persconferentie wordt duidelijk dat het niet om koningin Beatrix gaat of kroonprins Willem- Alexander, maar om diens broer, prins Friso.

[Dit stuk verscheen vandaag als opiniebijdrage in Dagblad van het Noorden]

Teletekst opent in kapitalen. Extra bulletins van het NOS Journaal en RTL Nieuws. Breaking news op CNN. ’s Avonds nog doen de eerste verslaggevers hun stand up bij het ziekenhuis in Innsbruck. Op Twitter gaat het onbevestigde verhaal dat de prins een schedelbasisfractuur zou hebben. Maar als de volgende ochtend ook de zaterdagkranten vele kolommen besteden aan het nieuws, blijkt dat ’we’ niet alles willen weten.

Prins Friso heeft geen schedelbasisfractuur, schrijft verslaggeefster Jannetje Koelewijn op de voorpagina van NRC Handelsblad (’Hoe houdt het brein van de prins zich?’). Koelewijn was toevallig in het ziekenhuis, waar haar man de arts van de prins sprak. De echtgenoot van Koelewijn is de neurochirurg Kees Tulleken. Hij was in Innsbruck om een cursus te geven aan jonge vakgenoten.

Nog dezelfde dag vallen collega-journalisten en vooral veel lezers van NRC over Koelewijn en Tulleken heen. De verslaggeefster ’schond de privacy’ van prins Friso. Haar man had zich aan zijn beroepsgeheim als medicus moeten houden. Als het NOS Journaal de verslaggeefster laat vertellen wat zij van de behandelend arts heeft gehoord – de grootste zorg is de langdurige ademnood van de prins – krijgt ook dat Journaal ervan langs.

Dat is vreemd. Koelewijn heeft zich gehouden aan de ethische regels in de journalistiek. Tijdens het gesprek tussen haar man en de arts in het ziekenhuis, maakte zij zich bekend als journalist. Ik schrijf dit op voor mijn krant, zei ze erbij. Daardoor valt hooguit de behandelend arts iets te verwijten; hij had de Nederlandse journaliste natuurlijk moeten wegsturen, of zijn mond moeten houden.

Koelewijn had het geluk aanwezig te zijn in het ziekenhuis en deed wat elke journalist in haar schoenen gedaan zou hebben. Ze bracht nieuws, of ten minste nuancerende feiten bij het nieuws: nog niemand had uit gezaghebbende bron kunnen melden wat de toestand van prins Friso was, anders dan dat hij ’stabiel, maar niet buiten levensgevaar’ was.

In de golf van kritiek op NRC (’Riooljournalistiek’) is de vergelijking getrokken met de kwestie-Ruben. Nadat het jongetje Ruben als enige de vliegtuigcrash in Tripoli overleefde, kreeg een verslaggeefster van De Telegraaf hem bij toeval aan de telefoon omdat een arts zijn gsm doorgaf. Ze stelde het jongetje enkele vragen en schreef een ’exclusief interview’. Het kostte het ochtendblad talrijke abonnees. Zij vonden dat de krant de privacy van Ruben had moeten respecteren. Ook de Raad voor de Journalistiek meende dat de krant te ver ging, vooral omdat Ruben een kind was, en een slachtoffer. Hij verdiende dubbele bescherming.

Prins Friso heeft ook recht op privacy, maar dat ligt toch anders. Ook al is hij na zijn huwelijk met Mabel geen lid meer van het Koninklijk Huis, hij is nog steeds lid van de koninklijke familie. De Oranjes moeten zich, in goede en slechte tijden, belangstelling van de pers laten welgevallen. Dat realiseert ook koningin Beatrix zich, die de pers in Lech ook niet krampachtig op afstand houdt.

Vreemd en misplaatst aan de kwestie-Koelewijn is de verontwaarding van collega’s en lezers. Normaliter verlangen we dat journalisten nieuws brengen en meer doen dan gedwee opschrijven wat de Rijksvoorlichtingsdienst kwijt wil. Ook als er niets nieuws te melden is over prins Friso, volgen we met miljoenen tegelijk het nieuws.

Maar als een arts in Innsbruck zijn mond voorbijpraat – allicht met goede bedoelingen, hij bracht betrekkelijk goed nieuws – en een journaliste dat opschrijft, lijken we ons ineens te schamen voor onze eigen nieuwsgierigheid.

Reacties zijn gesloten.