Mijn handschrift verdwijnt

Mijn handschrift verdwijnt. Zoals een herinnering kan verdwijnen, ongemerkt, geleidelijk en toch plotseling. Het ene moment is het er, het volgende is het weg. Wat een jaar of twee geleden nog alleszins leesbaar gekrabbel was, is nu even leesbaar als spijkerschrift. Dagboeknotities, boodschappenlijstjes, aantekeningen in de marge van een verhaal dat ik geschreven heb; het is al weg en betekenisloos voordat het op papier staat.

Op internet zijn verhalen te vinden van andere Parkinson-patiënten. Het gehannes met het handschrift, en vaak ook met de toetsen van een pc, is voor velen het eerste signaal dat er iets mis is. Kramp in de vingers van de schrijfhand. Te weinig controle. Het vermoeden van rsi. En het meest verontrustende: wat je ook doet, hoeveel tijd je ook neemt, steeds blijkt dat je minder leesbaar schrijft dan je dacht.

Dat zelfbedrog is op een bepaalde manier hilarisch. Mijn hersenen, mijn verstand, zeggen dat ik nog gewoon kan schrijven. Ik kan nog helder denken, voorlopig in elk geval, sussen de neurologen. En blokletters op papier zetten lukt ook nog wel. Maar zodra ik notities ga maken van een gesprek dat ik voer – ik ben journalist, interviews zijn mijn werk – houd ik mijzelf keer op keer voor de gek. Wat soepel lijkt te gaan, blijkt later loos gepriegel.

Ik sta elke keer weer raar te kijken van mijn verdwijntruc. Het doet me telkens denken aan mijn geheugen, dat even stuurs en onhandelbaar is. Al zeker twintig of dertig jaar maak ik tegen vrienden en collega’s grapjes over wat ik mij herinner, en vooral niet herinner. Mijn eigen telefoonnummer, mijn girorekening, de tweede voornaam van mijn moeder, mijn postcode, de naam van de man die ik zojuist nog gesproken heb.

Mijn geheugen is als de hond van de buren. Zij gaat niet liggen waar ze wil – zoals Cees Nooteboom in Rituelen het beschreef -, maar dartelt onvermoeibaar rond, springt tegen je op, snuffelt aan het tuinpad. Grilliger dan willekeur. Herinneringen komen bij mij meestal terug als ik me enkele minuten niet meer inspan om ze te achterhalen, zoals die hond doet wat je van haar vroeg op het moment dat je haar niet meer commandeert.

Ik ken het mechanisme. “Over vijf minuten, dan weet ik het weer.” Dat zeg ik vaak, en bijna altijd komt wat ik vergat vanzelf terug. Even heb ik gedacht dat dat ook met mijn handschrift zou gebeuren.

Naschrift. Vroeg aan S. of het een iets met het ander te maken heeft. Of de zeef van mijn geheugen, bedoelde ik, ook een vroeg symptoom van de ziekte is geweest. Zij denkt dat het andersom is, dat ik mijn geheugen als het ware verwaarloosd heb door al jong dagboeken bij te houden en van alles notities te maken. Dat is, zei ik, dan dubbel ironisch, want juist dat aantekeningen maken lukt niet meer.

Ik ben ooit gaan bloggen uit nieuwsgierigheid naar het medium, en uit ijdelheid. Nu blog ik om vast te leggen wat ik anders kwijt raak, in het openbaar omdat ik dan het plezier voel van het formuleren, de beloning van af en toe een aardige zin.

Reacties zijn gesloten.