Gek doen

Blijf ik helder denken? Een andere vraag had ik niet. Dat was niet heel helder gedacht. Want wat heb je aan een heldere geest als je niet anders dan stamelend kunt spreken, of zo spastisch beweegt dat iedereen je voor malend houdt? Je bent, bedoel ik maar, zo gek als je lijkt.

Dat dacht ik toen ik Helmut Dubiel las. Een Duitse hoogleraar (1946), socioloog en filosoof, die sinds een jaar of wat een sonde in zijn hoofd heeft. Met kleine stroompulsen van 0,2 milliampère bepaalt Dubiel of hij kan lopen of praten, helder kan denken of panisch wordt. Niet tegelijk. Dubiel moet kiezen.

Het gebeurt allemaal in mijn hoofd – de vertaling van Tief im Hirn – is geen fijn boek, terwijl het toch prachtig geschreven is. Ook staat het vol beschouwingen over liefde, schuld en technologie. Dubiel doceerde aan Frankfurt en New York en was een medewerker van Jurgen Habermas.

Wat er niet fijn is aan dat boek? Dubiels woede. De Duitse hoogleraar schrijft zijn peilloze frustratie en het diepe verdriet van zich af; beide zijn het gevolg van de ontluistering die het gevolg is van zijn ziekte. Dubiel verliest zijn spraak en wordt depressief – en zelfs deep brain stimulation – die sonde – helpt maar half.

Helder

Anders dan Dubiel, die zijn ziekte jarenlang voor collega’s verborgen hield, koos ik voor openheid. Ik deed dat instinctief, vooral omdat ik na de diagnose in het Groningse Martini-ziekenhuis tamelijk opgewekt naar buiten liep. Ik bleef helder denken. Moest minder werken. Het kon minder.

Ik ben nooit boos geweest, nog niet tenminste. Dat parkinson een ongeneeslijke en progressieve ziekte is die me ooit, als het tegenzit, in een rolstoel doet belanden, is iets wat ik makkelijk accepteer, domweg omdat er geen andere opties zijn. Waarom zou je ziek zijn en ook nog tobben?

Dat ik helder zou blijven, was van meet af aan de grootste troost. Bijna een jaar later bladdert dat perspectief een beetje. Depressie en dementie zijn wel degelijk ziektebeelden die bij parkinson voorkomen. En soms lijkt mijn eigen opgewektheid me net iets te veel op gesublimeerde doodsangst – maar soit.

Decorum

De woede van Dubiel snap ik wel. Zijn gruwelijke verlies van decorum, zijn onvermogen zichzelf uit te drukken, de diepe argwaan jegens de medische stand die ook niet helemaal wist wat ze deed toen ze een pacemaker in zijn kop plaatste – ik kan me er iets bij voorstellen.

Tegelijk betoont Dubiel zich wat arrogant en zelfvoldaan – om daar vervolgens weer onverbiddelijk eerlijk over te zijn. Hij schetst zichzelf als een loser, meer dan als iets anders. Dat is ontluisterend en fascinerend tegelijk, maar geen materiaal voor wat je noemt een prettig leesbaar boek.

Helmut Dubiel, Het gebeurt allemaal in mijn hoofd, Cossee. Nog wel te vinden via Bol.com

Reacties zijn gesloten.