De grens tussen publiek en privé

Wat is publiek en wat is privé? Mogen de media foto’s en informatie van Facebook klakkeloos overnemen of schenden ze dan de privacy? De Vlaamse Raad voor de Journalistiek heeft na de stroom van kritiek op de berichtgeving over het busongeluk in het Zwitserse Sierre een streep getrokken. In een nieuwe richtlijn stelt de Raad dat social media in principe tot het privé-domein behoren, ook als die door iedereen vrij kunnen worden bekeken.

Dat is nogal een uitspraak. Niet vanwege de specifieke zaak: Belgische kranten als Het Belang van Limburg en Het Laatste Nieuws drukten foto’s van slachtoffertjes van Sierre af. Daarmee schonden ze hun privacy. En dat was ook het geval geweest als die foto’s niet van Facebook waren geplukt. Maar door zo diep in te gaan op de herkomst van de foto’s, probeert de Vlaamse Raad ook een van de grootste ethische paradoxen van internet op te lossen.

Vroeger, voor internet dus, was tamelijk duidelijk wat privé was en wat openbaar, wat persoonlijk was en wat publiek. De media – de massamedia – behoorden tot het publieke domein. Brieven, dagboeken en diapresentaties van een schoolreisje waren privé. Nu we elkaar van onze reizen vertellen op social media, is dat veranderd. Die verslagen zijn bedoeld voor onze kleine kring van vrienden, maar kunnen door iedereen worden gevolgd. Ze zijn duidelijk minder privé, maar zijn ze nu ook publiek?

Schemerdomein

In Mediamores heb ik beweerd dat internet een nieuw schemerdomein heeft doen ontstaan dat half-openbaar is, een domein waar het oude onderscheid tussen privé en publiek niet meer zo eenvoudig te maken valt. Het simpele feit dat informatie op internet staat, maakt die nog niet openbaar. Tegelijkertijd zijn we heel anders gaan denken over privacy. We zijn minder terughoudend, laten meer van ons privé-leven zien. Delen, heet dat op social media.

De vraag of informatie – foto’s, video, tekst – op niet afgeschermde social media tot het publieke domein behoort is niet zo categorisch te beantwoorden. Dat iedereen een foto op internet kan zien, betekent nog niet dat er niets verandert als een grote krant hem ook afdrukt. Kennelijk speelt er meer mee. De bedoeling van de maker: gebruikt hij internet om familie en vrienden op de hoogte te houden of zoekt hij een zo groot mogelijk bereik? En het effect van publicatie: wie zijn foto op Facebook zet, is niet meteen een publieke persoonlijkheid – wie op de voorpagina staat van een grote krant staat, is dat wel.

Tripoli

De nieuwe richtlijn van de Vlaamse Raad is goed te vergelijken met de ambtshalve uitspraak van de Nederlandse Raad voor de Journalistiek in de Tripoli-zaak. Met belangrijke verschillen. Zo oordeelde de Nederlandse Raad dat de media de foto mochten laten zien van Ruben, de 9-jarige jongen die als enige de vliegramp overleefde. Met die foto werd zijn privacy geschonden, maar de nieuwswaarde woog zwaarder.

De Raad is () van mening dat publicatie van de beelden van Ruben in het ziekenhuisbed,hoezeer ook gemaakt in een besloten ruimte en gepubliceerd zonder toestemming, in dit geval is gerechtvaardigd door de uitzonderlijk grote nieuwswaarde en zeggingskracht van het beeld van de enige overlevende van de vliegramp bij Tripoli. Het beeld van een kleine jongen als enige overlevende van een ramp symboliseert niet alleen de uitzonderlijke tragedie, maar tegelijk de hoop van het overleven. Daarbij speelt ook een rol dat deze beelden via internet al wereldwijd verspreid waren.

De Nederlandse uitspraak trok bovendien de aandacht door wat de Raad zei over het telefoongesprek dat De Telegraaf met Ruben voerde. De verslaggeefster kreeg de jongen bij toeval aan de lijn en publiceerde een ‘interview’. Dat ging veel te ver, vond de Raad. De privacy van Ruben werd hier geschonden, en met name zijn recht met rust gelaten te worden.

Hyves

Over het derde element van de ambtshalve uitspraak werd minder geschreven. Juist dat deel gaat over het overnemen van foto’s van social media. In de berichtgeving rond Tripoli werden van Hyves gehaalde portretten gepubliceerd van enkele omgekomen Nederlanders. Dat vond de Raad te ver gaan. Dat de foto’s op Hyves staan, betekent niet per se dat de afgebeelde personen ‘bekende Nederlanders’ zijn geworden.

Anders dan de Vlaamse Raad had de Nederlandse Raad geen nieuwe richtlijn nodig om te besluiten dat de media hier te ver gingen. Privacy is voor de Nederlandse Raad altijd al een relatief begrip geweest. De bekendheid die iemand al heeft speelt een rol, net als de grotere bekendheid die hij krijgt doordat zijn foto of naam opduikt in de media. Daarbij kan het gaan om klassieke massamedia, maar ook om internet, ook om social media, waarbij telkens opnieuw ook wordt afgewogen wat de bedoeling van een site was en het effect van publicatie.

In hun strekking komen de Vlaamse richtlijn en de Nederlandse uitspraak heel dicht bij elkaar. Journalisten moeten terughoudend zijn als het gaat om de privacy van slachtoffers en nabestaanden. Maar de categorische aanpak van de Vlaamse Raad (overnemen van foto’s van social media mag alleen als de journalist aantoont dat er een groot maatschappelijk belang is), is mij te rigoureus. Het is een ‘nee, mits’, waar ik meer zie in een ‘ja, tenzij’.

[Full disclosure: ik ben lid van de Nederlandse Raad voor de Journalistiek en schrijf dit stuk op persoonlijke titel]