Gaten in mijn hoofd

12 mei 2012 Geen categorie 0

Er zitten gaten mijn hoofd. Gaten op plaatsen waar zojuist nog namen zaten, of nummers. Heel langzaam vergeet ik onnozele feiten, de achternaam van mijn beste vriend, de titel van een geliefde roman die al duizend jaar in mijn boekenkast staat. Tot voor kort kwamen die dingen na een paar minuten ongevraagd terug, maar steeds vaker graai ik in het luchtledige.

Dat is een, paradoxaal, beetje onthullende waarneming. Een tikje verbijsterend ook. Alsof je opa uit de kast komt. De aarde toch plat is. Er valt goed mee te leven, maar het is meer dan ongemakkelijk. Al jaren ben ik vergeetachtig, maar nu begint het hinderlijk te worden. Wat tot voor kort nog door kon gaan voor charmante verstrooidheid, lijkt nu op genante onnozelheid.

Ik moet het er eens met Van der P. over hebben. Van der P., een vriendelijke kleine, wat studentikoze arts, is mijn neuroloog – ik “heb” een neuroloog, zoals andere mensen een zitmaaier hebben, of een maîtresse. Toen Van der P. mij vorig jaar juni mijn diagnose meedeelde – ik heb een diagnose zoals andere mensen een spaarhypotheek – zei ik dat het wel goed kwam als ik maar “helder” zou blijven.

Lezen, denken en schrijven – dat was om en nabij wat ik verstond onder “helder blijven”. Ik was, en ben nog steeds, graag bereid alle andere ongemakken en onvolkomenheden voor lief te nemen als mijn hoofd op orde blijft. Naïef ben ik niet. De enigszins spastische overbeweeglijkheid van sommige Parkinsonpatiënten is klote, net als de stijfheid, het gestruikel en de spraakproblemen.

Vrienden vragen hoe het gaat. Of ik het onder controle heb. Dat klinkt alsof je iets onder controle kúnt krijgen. Net als je huishoudrekening, je forehand op de tennisbaan en een bittere verslaving aan chocola. Onbedoeld bedoelen die vrienden dat je vooruitgang kunt boeken. Terwijl, vermoed ik, alleen de Parkinson progressie boekt.