Terror Jaap wint de verkiezingen

12 september 2012 Geen categorie 1

Helemaal jofel zal het niet zijn, maar bij elk verkiezingsdebat moest ik hevig denken aan Terror Jaap. Telkens als PVV-leider Wilders zich met steeds dezelfde anti-Europa-oneliner op premier Rutte stortte, drong zich het beeld op van de man die ooit 1,3 miljoen euro won in De Gouden Kooi en zich nu – 220 kilo zelfbewuste amusementswaarde – onder luid gejoel van tien meter hoogte in een zwembad laat donderen.

In mijn hoofd is het ene televisieformat met het andere aan de haal gegaan. Ik dacht dat ik naar verkiezingsdebatten keek, maar bleek beland in een nek-aan-nek-race met voortdurend verspringende tussenstanden, inbellers en orakelende experts die niet zouden misstaan als co-presentator van RTL Boulevard, in een late night talkshow over voetbal, of als jurylid bij een Idols-kloon, net een fractie minder over de top dan Gordon.

Het amusement is met het nieuws aan de haal gegaan, bedoel ik te zeggen. Bij RTL Boulevard is het onderscheid tussen ‘nieuws’ en ‘entertainment’ van meet af aan genegeerd. In het NOS Journaal zijn geleidelijk ‘leuke’ items geslopen. En bij een talkshow als De Wereld Draait Door, dat serieuze onderwerpen aanlengt met steeds meer amusement maar nog altijd geldt als ‘kwaliteitsjournalistiek’, staat één ding voorop: het moet vooral leuk blijven.

Medialogica

Sinds een jaar of tien is er een wetenschappelijke term voor: medialogica. Politiek, pers en publiek houden elkaar gevangen in een steeds kleinere, dwingende cirkel van oneliners, kijkcijfers, en ja, amusement. Debatten tussen politici moeten een winnaar opleveren, en pas daarna, eventueel maar niet per se, enig inzicht in hun motieven. Op zijn slechtste dagen is de politiek verworden tot een belspelletje, of een tot op het bot uitgebeende realityshow waarin Terror Jaap ‘doe ‘s fokking normaal’ roept.

Hoe dat zo gekomen is? Vermoedelijk is het uit de hand gelopen toen grote fabrikanten van consumer goods – denk Albert Hein, Unilever – halverwege de jaren negentig gingen doen wat ze in de Verenigde Staten al iets langer deden. Op jacht naar de klant leenden ze marketingtechnieken van de entertainment-sector en ontdekten dat amusement zelf beter verkoopt dan borrelnootjes. Michael J. Wolf schreef er het boek over, The Entertainment Economy.

Het waren de jaren dat we plotseling niet een, twee of drie reclameloze tv-netten hadden, maar tien, elf of twaalf, met spots om elke haverklap. De jaren waarin de reclamebestedingen in Nederland begonnen op te lopen van 1,9 miljard in 1990 tot 4,3 miljard in 2008. Waarin je met een spotje na het Acht Uur Journaal niet meer ‘iedereen’ bereikte, maar een fractie van de bevolking. Waarin die spotjes goedkoper werden, maar in aantal verveertigvoudigden. En de politieke reclamespots – ‘uitzendtijd voor politieke partijen’ – werden gehalveerd.

Dommer

Daar kwam internet overheen. Geen kwaad woord over internet, niet uit mijn mond, maar verdomd als het niet waar is: gemiddeld genomen zijn we er niet slimmer van geworden. Al valt er op zijn neurologische argumenten van alles af te dingen, Nicholas Carr had gelijk toen hij in The Shallows beschreef hoe we ons vermogen tot ‘diep lezen’ verliezen door de voortdurende afleiding waaruit internet nu eenmaal bestaat, dat we, kort samengevat, dommer worden van Google.

De massamedia zijn bezig te verdwijnen, als massamedia. Je zou kunnen beweren dat ze al een keer of veertig minder massaal zijn geworden dan ze begin jaren negentig waren. Omdat de massa versnipperd is over tientallen tv-stations en talloze websites en social media communities. Dat is niet erg, in menig opzicht zelfs een zegen, zoals we van Google niet uitsluitend dommer zijn geworden, maar ook behendiger, zelfredzamer, en vaak ook democratischer.

Maar het is wel verrekte lastig als je een politiek systeem met twee dozijn partijen en een paar miljoen stemmende burgers, een systeem dat wortel schoot in de eeuw van de massacommunicatie, eens in de vier jaar draaiende probeert te houden. Dan doe je niet een enkel debat meer op de avond voor de verkiezingen, maar een hele reeks.

Die debatten doen het goed. De beste halen twee miljoen kijkers. En dus probeert iedereen het in zijn eigen niche en kregen we een groen, een roze, een Brabants en Limburgs en Noordelijk verkiezingsdebat. Er was een nationaal en een Brussels verkiezingsdebat. Een premiersdebat en een debat tussen de nummers twee. Een debat voor financiele mensen en voor zorgwerkers. Er was een FNV-, een EVO en een FME-verkiezingsdebat. Een voor young professionals, een voor high potentials en vast ook een voor ouderen – vermoed ik.

Van medialogica is politiek een publieke ratrace geworden, waarin het persoonlijke – kan niet schelen wat – beter scoort dan de bijna onverteerbare uitleg over de crisis, waarin de meest indringende vraag aan een lijsttrekker nauwelijks het niveau overstijgt van een voetbalinterview in de perszone van een stadion: “Wat ging er door je heen?’ Waarin we, zoals Jean-Pierre Geelen in de Volkskrant schreef, niet meer doen “dan een handvol kemphanen scheermessen aan de poten aanbinden, in de zandbak gooien en lekkerbekkend toekijken wie er wint.”

Reacties zijn gesloten.