Jerney

Als ik naar Jerney Kaagman kijk, zie ik mijn eigen toekomst. Nooit gedacht dat ik dat nog eens zou opschrijven. Maar het is wat het is. Ik zie een vrouw van 65 met een strak, enigszins uitdrukkingsloos gelaat die wat traag reageert op vragen, zichtbaar moeite moet doen om uit haar woorden te komen, en soms even ongecontroleerd met haar hoofd wiegt.

Nadat Kaagman in het roddelblad Weekend uit de kast kwam als parkinsonpatiënt, zat ze van de week bij Pauw&Witteman. Daar vertelde ze dat ze de ziekte al vijf jaar heeft. Ze hield het tot voor kort stil omdat ze niet voortijdig aan de kant wilde worden geschoven. En nee, dat strakke, emotieloze gelaat van haar kwam dus niet van de botox.

Aandoenlijke beelden waren het. Om een paar redenen. De eerste een sentimentele: als zangeres van Earth & Fire is Jerney Kaagman een popnaam uit mijn jeugd; ik heb haar band nota bene naar mijn middelbare school in Rotterdam gehaald, midden jaren zeventig. Daarna viel ze op als belangenbehartiger van popmuzikanten, wat op mij wel sympathiek overkwam. Om te eindigen als BN’er en Idols-jurylid.

Hulpeloosheid

Maar ik zal niet ontkennen dat het interview bij P&W mij vooral ontroert door haar hulpeloosheid (“Als mijn man niet voor me zou zorgen zat ik al in een verzorgingstehuis”). Dat staat haaks op wat Jerney Kaagman was, een “sterk wijf” met een helder verstand en een scherpe tong, beetje een bitch.

Natuurlijk spiegel ik mij aan haar. Daar zit iets ongemakkelijks in. Maar als ik naar haar kijk, realiseer ik me dat ze pas vijf jaar geleden haar diagnose parkinson kreeg, en nu al zoveel hulp nodig heeft, zo afgebladderd is. Het is ongemakkelijk omdat ik het leed van een ander zo sterk op mijzelf betrek; dat voelt alsof je geld ontvreemdt uit een collectebus.

Ik denk dat Jerney Kaagman daar niet mee zit. Bij P&W liet ze weten een “ambassadrice” te willen zien voor de ziekte. Dat lijkt me een goed idee. Als parkinson bekender wordt, zullen patiënten in een eerder stadium ontdekken dat ze ziek zijn en daardoor beter kunnen worden geholpen. Ze zullen makkelijker bekend maken dat ze ziek zijn, wat meer ruimte geeft om het te accepteren, waardoor het eenvoudiger wordt door te leven.

Zichtbaar

Leren leven met wat je overkomt is lastig, denk ik, omdat parkinson op een vreemde manier zichtbaar en onzichtbaar tegelijk is. De ziekte komt zo vaak voor dat iedereen wel iemand kent – oom, vader, buurman, collega – die het heeft. Tegelijk zijn er maar zo weinig parkinsonpatiënten – een 50.000 in Nederland – dat ik in mijn directe kennissenkring slechts drie lotgenoten heb meegemaakt: de vrouw van een oud-collega (ze is onlangs overleden), een collega-journalist in Amsterdam, en een man over wie ik schrijf.

Voor de kwaal zelf geldt het ook: sinds ik medicijnen slik, ziet niemand aan mij dat ik parkinson heb, zoals ook niemand tijdens de eerste vijf jaar van haar ziekte aan Jerney Kaagman dat zag. Tegelijk is het heel zichtbaar en herkenbaar voor wie goed oplet – neurologen bijvoorbeeld – of symptomen herkent omdat hij die zelf ook heeft. Dat wiegende hoofd van Jerney Kaagman, bedoel ik.

Als ik naar haar kijk bij P&W, is dat confronterend. Omdat ik mij realiseer dat ik nog in het beginstadium van de ziekte zit, maar met een beetje pech over een paar jaar even onhandig uit mijn woorden kom als Jerney Kaagman – en soms wil je niet weten wat je te wachten staat. Maar vooral ontroert zo’n televisie-interview omdat ik het dapper vind, zo zichtbaar ziek.

Reacties zijn gesloten.