De zon speelt vals

De zakenman keek mij aan alsof ik niet helemaal jofel was. Ik sprak hem voor de krant, maar mijn vragen waren vaag, van hak op tak. Zijn antwoorden werden korter en korzelig. Ik kon het hem niet kwalijk nemen. Waarschijnlijk dacht hij dat ik een zware nacht achter de rug had, wat niet zo was. Ik kwam nauwelijks uit mijn woorden.

Of vergiste ik me? En was de ondernemer altijd zo kortaf. Op zijn Gronings. Wie hier “moi” en “‘t kon minder” uitwisselt, heeft al een goed gesprek achter de rug. Misschien zat ‘t vooral in mijn hoofd. En dacht ik dat hij mij waarnam zoals ik mijzelf daar zag zitten. Onhandig, speeksel wegslikkend, zoekend naar vragen, gefrustreerd.

Soms denk ik dat mijn brein precies daar hapert waar ik er het meeste last van heb. Ik ben journalist en leef van lezen, schrijven en praten. Als ik minder mobiel word van de parkinson, valt daar nog mee te leven. Als ik niet meer helder denk, heb ik een groter probleem. Maar kijk aan: ik raak woorden kwijt, kom in interviews over als een zot, en verschrijf mij.

Bizar

Een enkele keer verlees ik mij – ook een bizarre variant die ik nooit heb zien aankomen. “De zon speelt vals binnen”, lees ik in een niet bijzonder beeldend geschreven roman. Dat is mooi gezegd, realiseer ik mij onmiddellijk, maar kan niet kloppen. En ik lees het zinnetje opnieuw. Er stond: “De zon valt speels binnen.” Wat in mijn geval, nou ja, niet ongeestig is.

Hoe werkt dat? Treft de parkinson je daar waar je het meest kwetsbaar bent, of zit het anders, en merk je de motorische defecten gewoon het eerst in lichamelijke functies die je het meest gebruikt? Zoals een vloerkleed slijt op de meest belopen plaatsen. Zit er iets wreeds in, pest mijn brein mij doelbewust, of is het domme pech, toeval, willekeur?

Dat ik mij soms verlees, is niet erg. De meest lucide verhaspelingen noteer ik – als ready mades (“zoals een vloerkleed splijt”, lees ik hierboven). En wie schrijft, verschrijft zich nu eenmaal. Maar dat lastige praten, veroorzaakt – hoop ik – door slikproblemen, zit me in de weg. Hele dagen heb ik nergens last van, en dan ineens strompel ik door mijn zinnen.

Het heet ‘dysartie’ – de neurologische wetenschap heeft voor elk defect een term die met ‘dys’ begint. Zeven van de tien patiënten heeft er last van. Ik herken wat symptomen – zoals een vogelteller snavels. Moeilijk articuleren. Soms stotteren. Happen naar adem. Het wordt tijd voor een logopedist.

Reacties zijn gesloten.