Het giet zoals het giet

Wie in de sores zit, moet zichzelf tegenwoordig ‘opnieuw uitvinden’. Dat is de lullig-modieuze manier om te zeggen dat het roer om moet, dat alles anders kan. Niet bij de pakken neerzitten, maar opnieuw beginnen. En vooral niet blijven hangen in roestige gewoontes, ingesleten patronen en een hardgebakken oordeel – over de wereld om je heen, maar bovenal over jezelf.

Amerikanen zijn er goed in. Reinventing oneself, lees ik bij Geert Mak (in zijn Reizen zonder John), is een van de cruciale eigenschappen van de Amerikaan. Failliet? Dondert niet. Schone lei en opnieuw beginnen. Het moet in hun genen zitten. Dat krijg je als je – op indianen en de meeste Afro-Amerikanen na – nakomelingen bent van mensen die ervoor kozen huis en haard achter zich te laten, een oceaan over te steken, en het avontuur op te zoeken.

Omgekeerd is het lamlendige en angstvallige conservatisme in de Europese cultuur waarschijnlijk ook genetisch bepaald. Afstammelingen als we zijn van degenen die er voor kozen niet naar het beloofde land te gaan. Als de avontuurlijke genen allemaal de oceaanstomer naar Manhattan nemen, blijft er een genenpoel over die misschien wel verstandiger en bedachtzamer is, maar ook lui en bang.

Norm

In elk geval is de Amerikaanse cultuur meer geneigd tot verandering. Radicale vernieuwing lijkt de norm (al kost het me moeite dat te rijmen met het conservatisme en isolationisme die ook bij de VS horen). Amerikanen, wil het verhaal, verkassen met het grootste gemak. Van woonplaats, werkgever of werkterrein. Wie faalt in het een, begint vrolijk in het ander. Die wendbaarheid moet wel tot innovaties leiden – zie internet.

Ik bewonder die levenshouding, maar stoor me – als mijn Europese genen, gereformeerde opvoeding en bange karakter weer eens opspelen – aan het hyperoptimisme dat die Amerikaanse cultuur ook heeft voortgebracht. Maakt niet uit welke tegenslagen je overkomen, hoe down & out je bent, hoe definitief je lief je heeft verlaten – je kunt altijd opnieuw beginnen. “Jij moet jezelf gewoon even opnieuw uitvinden”, blaast zo’n blije eikel dan.

Sinds anderhalf jaar pieker ik me rot over dat optimistisch postulaat. Elke dag weer vind ik mezelf opnieuw uit, als ik stap voor stap loslaat wat er achter me ligt, en me telkens weer aanpas aan kleine nieuwe defecten, een opstandige vinger, een verkrampte hand, een struikelende tong.

Ik vraag me af wie ik ben, hoe ik zo geworden ben, dankzij wie en wat, de vrienden, de keuzes, de liefdes, mijn passies – en wat daarvoor in de plaats moet komen. Ik doe dat opgewekt en schrijf erover, als in een boekhouding. Debet en credit. Optismisme komt daar niet bij kijken, evenmin als chagrijn en opstandigheid. “Het giet zoals het giet”, zong mijn favoriete Drentse zanger al.