Woordstrompelen

Zoals dat gaat. Je struikelt over je woorden als een kleuter over speelgoed. En als je merkt dat je niet leert lopen, maar steeds meer woordstrompelt, als je je vaker en vaker verslikt in wat je zegt, zodat het lijkt alsof je verstand je heeft verlaten, bel je een logopedist. Die roostert je in. Revalidatie in Beatrixoord, een groenbeplante verpleegcampus aan de rand van het dorp waar je al jaren met een wijde boog omheen rijdt. Je was er nog lang niet aan toe, dacht je.

Niet dat je nu ineens vocaal invalide bent. Of gek. Of beide. Maar je weet dat je soms zo overkomt. Dan is het alsof je naar woorden zoekt, alsof je naar adem hapt en vergat wat je wilde zeggen. Je reageert nauwelijks op wat de ander zegt. En je kijkt erbij alsof je het allemaal niet meer zo begrijpt – terwijl je alleen maar speeksel zit weg te slikken, en je concentreert op de articulatie. Je praat in let-ter-gre-pen. So it goes.

Met die logopedie ben ik in aangekomen op een volgende halte, lijkt het wel. Nog steeds aan het begin van de trip die Parkinson heet, maar al wat minder naïef, wat minder verwonderd. Dat is telkens even slikken – in dit verband de enig juiste metafoor. Ook omdat ik weet hoe echte spraakproblemen klinken. Een tijd terug sprak ik L., een bevriende collega die een andere, nog lulliger ziekte heeft, en zichzelf tijdens ons gesprek voortdurend moest herinneren aan de vermaningen van zijn logopedist. Hij klonk als een spraakcomputer.

Gek

Zo’n herinnering aan L. gaat door merg en been. Je krijgt er de neiging van iets stijf te vloeken. En tegelijkertijd is er maar één manier om niet net zo gek te worden als ze denken dat je bent – of nee, zoals je denkt dat je klinkt en overkomt, want dat zelfbeeld zit voor driekwart in je hoofd. Die ene manier om niet gek te worden, is het categorisch te verdommen. Chagrijnig worden, bedoel ik.

Van de weeromstuit zeg ik soms, met de evangelische stelligheid van een ouderling, dat ik ervan leer. Dat dit allemaal een niet louter onaangename uitdaging is. Verrijkend, zal ik maar zeggen. Zoals een vierweekse trektocht door het achterlijke middenwesten van de Verenigde Staten of een weekendcursus tantrische seks een verrijking kan zijn. In het beste geval kom je er beter uit dan je erin ging.