Met droge ogen

26 februari 2013 Geen categorie 0

Ik zit in de molen – en die molen is meer in de war dan ik dat ben. Om een consult voor ‘geestelijke verzorging’ had ik niet gevraagd, maar als de computer van revalidatiecentrum Beatrixoord je daar voor inroostert, neem je maar aan dat een hogere macht het goed met je voor heeft. Je neemt je burgerservicenummer mee en vervoegt je aan de zachtgroene balie.

Misverstand. Nieuw systeem. Ze gaan het na. Je hoort nog. Het zal wel, denk je dan. En je neemt niemand iets kwalijk, omdat die geestelijke zorg niet eens zo’n gek idee was. Je bent wel toe aan wat humanistische peptalk of een fijn kringgesprek met andere tobbers – mijn hemel, als de digiplanner van Anonieme Alcoholisten me zou oproepen, zou ik ook komen opdagen.

Ik heb, inderdaad, wel betere dagen gehad.

Een jaar nadat de neuroloog mij een dubbele dosis pillen voorschreef – 125 mg sinemet, nog steeds een beginnersbeetje – ben ik terug bij af. Een verrassing is dat niet, want de parkinson woekert verder, maar het stemt droef dat de symptomen terugkeren. Een stijve nek. Een slappe knie. Beetje trillerig. En steeds maar zo godvergeten moe.

Maar ik hou wel van de ironie van parkinson. Van de pistoolvinger aan mijn linkerhand die hautain omhoog priemt. Van de traan die elke avond uit een ooghoek biggelt, niet omdat ik dan een dipje heb, maar omdat mijn pillen droge ogen veroorzaken, als de parkinson dat zelf al niet doet. Als de lucht droog is, mijn kijken vermoeid, compenseren die traantjes het vochttekort.

Ook uit mijn chagrijnige smoel moet niet te veel worden afgeleid. De parkinson vertroebelt mijn motoriek. Daar komt een knikkende knie van – één knie -, een hangende schouder, een linkerarm die niet meezwaait, een ooglid dat niet knippert, en dus dat maskergelaat. Ik hoef er niets voor te doen, voor die tranen. En zit er ‘s avonds soms op te wachten. Ik huil met droge ogen.