De kritische massa van Haren

De media hebben het niet gedaan, schrijft de commissie-Cohen in haar rapport over de Facebookrellen in Haren op 21 september vorig jaar. Meer precies: de massamedia hebben volgens Cohen geen doorslaggevende rol gespeeld, omdat de hype op Facebook al een kritische massa had bereikt voordat Project X door de traditionele media werd opgepikt.

Op die conclusie valt volgens mediasocioloog Peter Vasterman wel wat af te dingen. Op De Nieuwe Reporter schrijft hij dat Cohen die stelling nauwelijks onderbouwt:

Om hun theorie van de ‘kritieke massa op Facebook’ voorafgaande aan de media-aandacht te ‘bewijzen’ maken de onderzoekers dus gebruik van onduidelijke criteria, van misleidende grafieken en van het verkeerd dateren van de Facebook berichten die pas een dag later gepost zijn.

Alles wijst erop, zegt Vasterman, dat het omslagpunt op dinsdagmiddag lag, na de eerste publicaties in massamedia als Trouw en NOS.

We weten het niet

Wat Vasterman beweert, zou best eens waar kunnen zijn. Alleen: we weten het niet. Evenmin als we zeker weten dat waar is wat de commissie-Cohen stelt. De vraag is daarbij natuurlijk of de rellen in Haren zich ook zouden hebben afgespeeld als de massamedia in de drie dagen voor 21 september het evenement in wording hadden genegeerd.

Als er op Facebook als een kritieke massa was geweest, zoals Cohen betoogt, had dat niet of nauwelijks uitgemaakt. Als Vasterman gelijk heeft, zouden we het nu nooit meer over Haren hebben gehad.

We zullen het nooit weten. Net als Vasterman heb ik voor de reconstructie in Dagblad van het Noorden (begin november gepubliceerd) alle posts op Facebook geanalyseerd. Ook mijn conclusie was toen dat er een versnelling optrad nadat Trouw de hype overhevelde naar de klassieke media.

Massa

In de nazit van Haren heeft Ana van Es van de Volkskrant er, bij mijn weten als eerste, heel slim op gewezen dat dat wel heel aannemelijk is als je de grafieken bekijkt, maar onbewijsbaar omdat er al eerder van een kritieke massa sprake kan zijn geweest.

Haar vermoeden is door de commissie-Cohen verder uitgewerkt en aannemelijk gemaakt. Het leidt Cohen tot de conclusie dat de massamedia geen doorslaggevende rol hebben gespeeld, voor welke conclusie Cohen nog twee argumenten aandraagt (waarover Vasterman het verder niet heeft). Het eerste: jongeren zelf zeiden in een webonderzoek dat die massamedia geen rol hadden gespeeld bij hun keuze naar Haren te gaan. Het tweede: de massamedia sloegen geen mobiliserende toon aan, met uitzondering van enkele radiostations en DWDD.

De waarheid is vast complexer. Het is mij ook te simpel om de klassieke media nu vrij te pleiten van enige verantwoordelijkheid, al was het maar omdat ze op de dag van de rellen in hun live verslaggeving wel degelijk een ‘mobiliserende’ rol hadden. Niet voor niets hebben we daar als media na Haren twee debatavonden aan gewijd; we waren ons daar zeer van bewust.

We weten niet hoe het precies is gegaan, maar ik sluit niet uit (kan niet uitsluiten) dat sommige relschoppers die vrijdagochtend door een stuk in mijn krant of een regel teletekst op een idee zijn gebracht. Belangrijker is de conclusie die we al na die debatten trokken: achteraf hebben wij ook onderschat wat er kon gebeuren, en achteraf zouden we het toen niet anders hebben gedaan.