Ook uw naaste is welkom

18 maart 2013 Geen categorie 0

Ik ben geen marathonloper. Hooguit iemand die dat graag had willen zijn. Maar ik heb wel een beeld van de marathon. Hoe je als hardloper in een cadans komt, je hoofd leeg loopt, en hoe je de verzuring van je af probeert te houden, als een ongewenste maar onvermijdelijke afspraak.

Lang geleden heb ik genoeg hard gelopen over dijkjes, fietspaden en polderwegen om het ijle gevoel te kennen, de euforie die in je passen sluipt als het vanzelf lijkt te gaan, alsof je een heuvel afrent, en de pijn in je benen als dat niet meer het geval is.

Wat mij nu overkomt, een leven later, voelt als een marathon – de Parkinson bedoel ik. Het is een zaak van lange adem. Je verdeelt je krachten over begin, midden en slotstuk. De eerste vijf kilometer zoek je naar het juiste tempo. Dan volgt het stille deel van het parcours. Er staan geen dranghekken meer, je krijgt de wind van voren, het begint ijskoud te miezeren, en na elke volgende vijf kilometer moet je vaststellen dat je tussentijden wat teruglopen. Je begint op te zien tegen het laatste stuk voor de finish.

Fysio

Soms ga ik, net als die marathonloper, naar een fysiotherapeut. Die kneedt mijn nek, verplaatst hier en daar een wervel, en geeft me vooral het gevoel dat ik niet lijdzaam toekijk hoe mijn lijf hapert, maar dat ik er iets aan doe. Fysiotherapie is therapie voor gezonde mensen, lijkt het wel, anders dan bewegingstherapie – dat is voor wie al bijna niet meer kan bewegen.

Zoals een hardloper zijn vooruitgang afleest uit trainingsschema’s, zie ik mijn progressie terug in de taal die ik tegenkom. Die is net zo progressief als de Parkinson, realiseerde ik mij toen ik door de gangen van een centrum voor ‘groepsrevalidatie’ dwaalde. Ik schrok toen een arts het woord ‘beperkingen’ in de mond nam en ik begreep dat hij het over mijn beperkingen had.

Ik ben in een nieuw idioom beland, bedoel ik maar. Dat idioom voelt als drijfzand. Ik kom woorden tegen als ‘aandoening’ en neem een gestencild gidsje mee waarin wordt vermeld dat het centrum ook de beschikking heeft over een ‘bewegingsagoog’. “Ook uw partner en/of naaste is welkom” – dat klinkt alsof je voor onbepaalde tijd bent opgenomen.

Ik ben geen marathonloper, maar ken behalve de schrijnende pijn en de ademnood ook nog de kick, de euforie. Je voelt de zon schijnen, je concentreert je op je zolen, op de afwikkeling van je passen. Je benen doen zeer, maar dat is niet erg, want je bent er met je volle verstand bij. Gretig, nieuwsgierig, lucide. Zo wil ik het nu opnieuw.